De leer der Verbonden - pagina 127
;
117 XII.
ONZE TOEGEREKENDE SCHULD. De schuld menis.
is
uit ééne
misdaad
verdoe-
tot 5
Rom.
:
16.
En vraagt men dan nu ten slotte, welke vrucht deze belijdenis voor de eere Gods en het leven onzer ziel afwerpt, dan luidt ons antwoord: dat God gerechtvaardigd wordt en gij neergeworpen in u zelven. Is er geen verbond met Adam gesloten; was er dus geen trouwbreuk; en is er derhalve ook geen toerekening van overgeërfde schuld, dan, het spreekt vanzelf, loopt óf ons gepeins, gelijk bij verre de meesten, lichtzinnig en onnadenkend over de erfzonde heen, of wel komt ons hart er tegen in opstand, mort en werpt eigenlijk de schuld van ons terug op God. Men zegt dan: „Wat kan ik er tegen? Ik ben geboren zooals ik nu eenmaal geboren werd. Mijn vader was geestelijk krank en onrein zoo geestelijk krank en dus onrein was ook mijn moeder; beiden waren behept met een erfelijke krankheid, met een aanstekelijke zielsziekte, veel erger dan de melaatschheid. Wat wonder is het dan, dat ik, htm kind, krank uit deze kranken, onrein uit deze onreinen, geboren ben, hun kwaal overerfde, en nu even krank, doodelijk besmet, omloop gedoemd om óf kinderloos te sterven, óf kinderen te telen even onrein en besmet als ik zelf ben?" En al zegt men het dan niet, dan denkt men er toch bij „Wat heeft God de Heere nu voor recht, om mij dat als schuld aan te wrijven? mij deswege uit te werpen? en mij op grond van die doodelijke besmetting tot een prooi te stellen van verdoemenis en hel? Welk een God is deze? Onder menschen is een besmet geboren kind een voorwerp van diep medelijden! En hier zal een God zijn, dien ge mij als den Erbarmer, als den God van alle genade en liefde kennen leert, die, na mij aldus in het leven te hebben geroepen, alsnu tot mij zegt: Zijt ook gij weer zulk een besmette, vind Ik ook aan u weer die onreine vlekken die mijn ziel haat! Weg dan met u ten verderve! Ook voor u mijn vloek! In ernste, ligt dan de vraag niet voor de hand Heere, koos ik dan mijn ouders nam ik dan die smet, of is ze mij opgelegd? Dit maakt dan ook, dat men op dat halve standpunt naar een uitweg zoekt, om aan de klem van die innerlijke gedachte te ontkomen; een uitweg, dien men op tweeërlei wijs meent gevonden te hebben. Vooreerst door te zeggen: „Dat wat ge zonde noemt, is eigenlijk geen zonde, maar slechts onontwikkeldheid!" Een uitweg, die evenwel
—
;
:
:
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's