Practijk der godzaligheid - pagina 15
In die schoon geordende, vast loopende, harmonische vormen, groeit gemeentelid dan van der jeugd af aan in, en elk voorganger wordt er bij zijn studiën op voorbereid en er geestelijk aan gebonden. Dit maakt dan dat de zalving afdruipt, van den schedel tot den kleederzoom, en dat in heel den dienst en bij al den arbeid der gemeente dat plechtige, heilige, aangrijpende schittert, waar het geestelijk schoonheidsgevoel door wordt aangetrokken, en dat zoo niets, elk
dan den naam gemeen heeft, met die valsche, nagebootste en opgeplakte gezalfdheid, waarmee zoo menigeen het gemis der ware, schoone, harmonische zalving zoekt te vergoeden.
niets
Nu
daarentegen ontbreekt dit alles te eenen male. bij zijn opgroeien niets van die macht der historie en stuit in heel het gemeenteleven schier op niets dan onharmonische, door niets gemotiveerde, eindeloos afwisselende willekeurigheden. En evenmin merkt hij iets van de macht der leidende organen^ want de grenzenlooze willekeur om in alles op gril en inval, op toeval en goed geluk af te gaan, is bij de leiders der gemeente schier nog stuitender dan bij de gemeente zelve. Is het dan te verwonderen, behoeft men er zich over te verbazen, dat in zulk een toestand een gewoon gemeentelid eigenlijk geen heg of steg meer weet, en een makkelijke buit wordt voor eiken geest, goed of niet goed, die in zijn omgeving begint te drijven? En is het niet even natuurlijk en volkomen begrijpelijk, dat jonge, pas aankomende predikanten, plotseling in het ambt gezet, waarlijk niet weten, waar ze zich aan houden zullen ? Ja evengoed verklaarbaar, dat oudere predikanten, die, ze weten zelf niet hoe, eenmaal zekere routine van gedraging zich hebben eigen gemaakt, nu maar liefst bij die aangenomen routine blijven; vooreerst omdat elke afwijking weer vreemde oogen zou doen opzetten; en ten andere overmits de leek dan zoo licht denken gaat: „Deed dominee het dan vroeger niet goed?" Uit dien hoofde maken we van die betreurenswaardige spraakverwarring en grenzenlooze willekeur, waaronder het gemeenteleven thans allerwegen kwijnt, liefst aan niemand een verwijt. Yooral in deze hebben alle7i gezondigd. Supranaturalisten en groningers, de ethischen met de gereformeerden, leek en voorganger bei! En zoo is het geschied, dat we door aller gemeenschappelijke schuld in een chaotische ellende vervielen, die heel het gemeenteleven in een ordeloos, bandeloos woelen heeft omgezet; aan onze samenkomsten in Gods huis alle schoonheid en doeltreffendheid ontnam en de welsprekendheid op onze kansels deels tot een laagte deed dalen als schier nooit in de gemeente gekend is; en deels, erger nog, in een hol klankengedreun en bloemrijke gezwollenheid deed ontaarden, waar 's Heeren volk het niet bij kan uithouden, waar het
Een kind merkt
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's