Het heil in ons - pagina 170
160 wordt gestooten door Eomeinen zeven (art. 10, 11 en 12); geen liet minste steunsel vindt in de macht des geloofs (art. 13); nooit mag verward met het ophouden van de heerschappij der zonde (art. 14); door de lichtheid van het juk Christi eer weerlegd dan bevestigd wordt (art. 15); onbestaanbaar is zoo voor het gebod om heilig te zijn als voor de bede om heilig te worden (art. 16); en eindelijk door de valsche onderscheiding tusschen bewuste en onbewuste zonde zich eer veroordeelt dan aanbeveelt (art. 17).
En
vraagt
men
nu hiermede deze
ons,
artikelen ten einde liepen,
weer hielpen afbreken, wat we eertijds mee hielpen opbouwen, dan gevoelen we onze roeping om ook voor die vraag niet uit den weg te treden, maar ze onbewimpeld, zij het ook ten deele met diepe smart der ziel, te beantwoorden. Op zich zelf neen Op zich zelf is met onze principiëele bestrijding van de „volmaakbaarheidsleer" niets gezegd, dat tegen de geestelijke opwekking die aan Pearsall Smiths naam hing, voor zoover wij haar of
we dan nu
opzettelijk
!
loofden, te keeren valt. Zoo weinig, dat door den schrijver dezer artikelen reeds terstond na zijn terugkomst uit Engeland destijds een verklaring aan de met hem
terugkeerende broeders is voorgelegd, waarin o. a. dit voorkwam „dat deze beweging niet bedoelt de volmaakbaarheid te drijven en op het stuk der zonde de oud-Gereformeerde beginselen herstelt, niet omver:
werpt."
Bovendien
kan
elk
toenmalig Zondagsblad Perfectisme nooit door deeld
broederen, die oorgetuige was of ook het thans ook onze getuige zijn, dat het den schrijver dezes vergoelijkt, steeds veroor-
der
las,
is.
we ons te verontschuldigen over min-Gereformeerde sympathieën die in den stroom dezer beweging ons zouden hebben aangekleefd. Ook desaangaande toch kan èn het destijds gesproken èn het destijds geschreven woord ten bewijze strekken, dat in geen anderen zin de dogmatiek dezer beweging door ons uiteengezet is, dan juist in dien van terugkeer naar een echt Calvinistische uitzuivering van elk verbloemd of onverholen Arminianisme. Ten overvloede zij hierbij nog herhaald, dat aansluiting onzerzijds aan den heer Smith dan ook niet plaats vond dan na een stellige dat de desbetreffende antwoorden van den verklaring zijnerzijds, Heidelbergschen Catechismus voor hem de juiste uitdrukking waren van zijn gevoelen. En toch, hoe ten volle waar dit alles ook zijn moge, toch wenschen we het voor vriend noch tegenstander te verhelen, dat de Arminianen, naar van achteren bleek, te Brighton meester van het terrein waren.
Evenmin hebben
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's