Heils termen - pagina 283
373
Zou men allicht geneigd zijn, dit nieuws thans gering te schatten en onder het bijkomstige te rangschikken, men late zich dan door Paulus gezeggen, dat men slechts uit gebrek aan doorzicht in het geheel
hem
der Openbaring tot zoo onware voorstelling
komen
kan. Voor
lag hierin juist de ontsluiering der diepste verborgenheid, waarop
in schier al zijne brieven terug komt.
Dat het
vroeger alleen was hem het uitnemendste der Openbaring. „Deze verborgenheid," zoo roept hij uit, „die in andere eeuwen den kinderen de menschen niet is bekend gemaakt, maar nu is geopenbaard aan zijn heilige apostelen door den Geest, namelijk dat de heidenen zijn medeërfgenamen en van hetzelfde lichaam en mededeelgenooten zijner beloften in Christus Jezus door hii
aan Israël
toebeschikt,
nu ook voor de volken
heil,
zijn zou,
het Evangelie!"
Hieruit blijkt dus overtuigend, dat we werkelijk met dit woord aan de spitse der Openbaring staan. In Israël werd een werk Gods gewerkt de vraag was slechts was dit een eigen werk aan Israël, of wel een werk dat door Israël voor de menschheid werd bereid? Stellig het laatste. Israël was slechts drager dier Openbaring, ze was niet voor Israël in zijne afzondering, maar voor de menschheid met Israël als haar kroon bestemd. „Zij hebben de beloften niet verkregen, opdat ze zonder ons niet zouden volmaakt worden!" Al wat te voren geschreven is, is niet om hunnent-, maar „om onzentwil geschreven, opdat wij door vertroosting der Schrift hoop hebben zouden!" De Openbaring van Israël was dus slechts voorbereidend, en eens moest er een ure komen, dat de rijke garven van dat korenveld werden weggedragen, om te worden opgetast in de schuren; of wil men zonder beeldspraak: eens moest die Openbaring haar eindpaal bereiken, om dan niet langer tot Israël beperkt te blijven, maar, als van haar verschijning, uit te vloeien naar de bedding der doel volkeren. Het is als sprak de Heere: „Ziehier, mijn jongeren dan den eindpaal van Israëls weg bereikt; was dusver het heil aan Israël gebonden, thans gaat het tot allen uit. Voltooid is de Openbaring door God den zondaar gegeven, en daarom, bepaalt u thans niet meer tot de verloren schapen van het huis Israëls, maar gaat heen, onderwijst alle volken!" En vraagt men wat dan die Openbaring was door Jezus in dit heilig oogenblik gegeven, dan antwoorden we zonder aarzeling: Met dit woord is voor het eerst de algeheele ontsluiting gegeven van de geheimenis der Drieëenigheid Nog nooit was dusver de „Naam van Vader, Zoon en Geest" als de naam onzes Gods uitgesproken, nog nooit,_ zelfs niet door Jezus, in die volledigheid, met die doorzichtigheid, het drietal Namen bijeengevoegd, in wier dooreen vlechting voor 's Christens hart de heiligste melodie ligt, wier tonen ons toevloeien uit de diepten des Eeuwigen. Nu eens de ontsluiering gegeven is, moge men van achteren de sporen van Gods drievuldig wezen tot op ;
:
!
!
18
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's