Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 192

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 192

2 minuten leestijd

182 Zal deze Liefde Gods met het schepsel in aanraking komen, dan moet de Allerhoogste zich tot zijn schepsel „nederbiiigen." Dit heet

genade,

een wpord, dat in Israëls taaieigen aan het nederbiiigen ontleend is. Scheidino; door de zonde behoeft daartoe noo; niet tiisschen God en mensch te bestaan. Reeds de oneindige afstand tusschen den Hoogen God en het menschenkind op aarde eischt, dat zijne liefdesuiting dit „nederbuigend" karakter drage. Daarom lezen we ook van den mensch Jezus Christus, „dat hij toenam in genade (Luk. 3 52), waarbij zelfs aan het plaatsbekleedend dragen onzer zonde niet mag gedacht worden. Toch is het onmiskenbaar, dat door de zonde .de afstand tusschen God en zijn schepsel nog een gansch andere wierd, en reeds een oppervlakkige kennis der Schrift overtuigt dan ook, dat genade bijna immer in die versterkte beteekenis voorkomt, wnnrin ze een „nederbuigen Gods," niet slecht tot zijn schepsel, maar ook tot den zondaar aanduidt. Eerst daarna komt de beweging der Ontferming, die in Oud zoowel als^ Nieuw Verbond als een inkrimpen en zich uitzetten van het ingewand beschreven wordt. Waarom deze zonderlinge uitdrukswijze, die vooral in het „rommelen der ingewanden" het schrilst ons tegenklinkt, door de Schrift gekozen werd, zal ons later blijken. Thans is het genoeg, er op te wijzen, dat deze „beweging der barmhartigheid" in zekeren zin een ge weidt verraadt, dat Gods heilig wezen wordt aangedaan, en waartegen de diepte zijner eeuwige Liefde terugwerkt om ze te overwinnen. Wat nu toont ons deze geleidelijke opeenvolging? Waartoe houdt de Schrift ons bij deze geleidingen op? Waarom werpt ze ons op eenmaal in de diepte der Ontferming, maar spreekt ze ons eerst van goedertierenheid en genade, om eerst daaruit de Ontferming te doen voortkomen? Waarom anders, dan om de diep godsdienstige en alleen vrome, de zuiver schriftuurlijke en, voegen we er bij, niet minder echt-gereform eerde waarheid uit te spreken, dat God niet door ons tot liefde bewogen wordt, maar zich uit eigen aandrift in Liefde naar zijn schepsel beweegt. Waarom anders, dan om voor alle geslachten het heerlijk getuigenis neder te leggen, dat de vleugelen van 's Heeren liefde over ons zijn, niet om wat in ons is, zelfs niet om onze ellende, maar wijl Hij wil liefhebben. Niet slechts de '-.

liefde,

ook de oorzaak tot de liefde

ligt

in

God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 192

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's