Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 87

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 87

3 minuten leestijd

77 daar waargenomene precies evenzoo in verband poogt te zetten. dat spreekt wel vanzelf, dat aan het al of niet belijden van een VVerkverbond iemands zaligheid niet hangt. Ach, hangt iemands wezenlijke zaligheid wel aan iets anders dan aan de souvereine, vrijmachtige genade Gods, die wij menschen nooit mogen en nooit kunnen binden ? Maar indien men als denkend wezen over de heiligheden Gods en over de betrekking waarin het schepsel tot dien God staat, begint na te denken, dan zeggen we, en dan met volle verzekerdheid, dat men dan met logische noodwendigheid moet komen tot de belijdenis van de heilige Drieëenheid, van de twee naturen in Christus, van het plaatsbekleedend lijden, en zoo nu ook van het Werkverbond. Meu kan wel zeggen: Over den toestand in het paradijs en het verband van mijn ziel met het daar gebeurde denk ik niet verder! en dan is het natuurlijk uit; maar men kan niet den schijn aannemen van wel door te denken en een aannemelijke oplossing te geven, zoolang men het Werkverbond loochent. Immers zonder de belijdenis van dit verbond komt de som eenvoudig niet uit; blijft het verband tusschen onze schuld en Adams schuld onverklaard en wordt heel de apostolische leer over de zonde een onoplosbaar raadsel. Oppervlakkig, ondiep en vluchtig over den oorsprong der dingen nadenken en dan dit verbond loochenen, gaat desnoods nog. Maar wie goed, logisch, helder en nauwkeurig doordenkt, van dien zeggen we, dat hij óf van een verklaring der verschijnselen geheel af moet zien, óf met ons tot de hypothese van het Verbond der werken moet komen. Ook al ware er ons dus volstrekt niets van geopenbaard, zelfs dan nog zou het Werkverbond als postulaat van geheel de leer der zonde openlijk te erkennen en te belijden zijn. Maar nu we ons in veel betere conditie bevinden; nu in de paradijs-verhalen al de bestanddeelen van zulk een verbond aanwijsbaar zijn; nu in de Heilige Schrift met name van een „Verbond met Adam" gesproken wordt; en nu de parallel van Adam met Christus tot een hoofdthema der apostolische belijdenis is geworden; nu gewint deze eerst slechts hypothetische zekerheid natuurlijk een nog veel hoogere waarde, en mag en moet wel een deugdelijk bestaan van dit eerste Verbond met even stellige beslistheid beleden worden, als al die overige stukken des geloofs, waarvan de Heilige Schrift ons (gelijk bij de heilige Drieëenheid) wel de bestanddeelen, maar niet de formuleering aan de hand doet. Drieërlei staat ons dus te doen. We hebben in de eerste plaats aan te toonen, dat de hypothese van een Werkverbond metterdaad een volkomen genoegzame verklaring oplevert voor de verschijnselen waarmee we op dit punt te rekenen hebben. In de tweede plaats, dat de bestanddeelen van zulk een verbond in de tot ons gekomen paradijs-berichten metterdaad aanwezig zijn; en in de derde plaats, dat de Heilige Schrift zelve het aannemen van zulk een verbond niet weerspreekt, maar integendeel vordert. het

Want

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 87

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's