Heils termen - pagina 189
179 Y.
GOEDERTIERENHEID, GENADE EN ONTFERMING. Ik zal u Mij ondertrouwen in goedertierenheid en in barmhartigheden, en Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof, en gij zult den Heere
kennen.
Hosea
II
:
18,
19.
dan in de vrije Souvereiniteit onzes Gods de volheid liefde. Hij is de Liefde, wijl Hij zichzelf alleen ten perk is in Zijn vrijmacht. Ding iets, ook het geringste maar, op die volstrekte Souvereiniteit onzes Heeren af en in Zijne liefde komt iets gebondens, komt eene beperking, een begrenzing, die den hoogsten eeretitel van „Fontein aller goeden" uit den gloriekroon des Eeuwigen wegneemt. De Fontein springt, wijl ze springt en zonder dat iets buiten haar, haar tot springen lokt. Geef dus voet aan de meening, alsof de Heere onze God door iets buiten Zich tot liefde bewogen wierd, zoodat de bewegende oorzaak van deze liefde niet in God zei ven, maar in het schepsel zou te zoeken zijn, en nog een hooger liefde zou zich denken laten, dan gevonden wierd in onzen God. Neemt ge daarentegen, om Gods liefde op het hoogst te eeren, elk perk, elke gebondenheid, elke afhankelijkheid voor die Liefde weg, wordt ze u volstrekt vrij, wellend uit eigen bron, en in zich zelve rustend, hoe anders zult ge dan de Liefde kenschetsen, dan als een geven van wat niet ontvangen werd; en geven kunnen, zonder zelf te ontvangen, wat is het anders dan Souvereiniteit. Toch mag van die Souvereiniteit niet op eens tot Gods Ontferming en Welbehagen worden overgesprongen. Er is nog een tusschenschakel, die deze begrippen verbindt, nog een overgano-sgedachte die uit de Souvereiniteit naar de Ontferming o verleidt en in haar eigenaardige beteekenis gekend moet worden, zal men den bewegingsgang van Gods Liefde in zijn oorsprong en richting verstaan. Gelijk men weet, is er telkens in de Schrift sprake van de welZoo
zelve
ligt
Zijner
dadigheid, de goedheid, de goedertierenheid, de genade, de liefelijkheid, de lankmoedigheid, de barmhartigheid en de ontferming onzes Heeren; altemaal uitdrukkingen, waarvan reeds de klank ons zegt, dat ze met de liefde Gods samenhangen, maar wier onderscheiden beteekenis en onderlinge schakeering nog te weinig wordt doorzien. Dit moest niet. Juist toch in de veelheid dezer schakeeringen wordt de rijke volheid van Gods liefde ontplooid. De wereld buiten .God, die de liefde des Eeuwige wel bij name, maar niet bij ervaring kent, buiten haar staat, en ze dus niet in haar innerlijke geledingen, maar alleen in haar uitwendige geheelheid beziet, heefi
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's