Honig uit den rotssteen - pagina 50
!
!
;; :
36 kingen, dan in een ontzettend oogenblik als we weer gevallen waren voor een boezemzonde in ons hart? In ernst, is het mogelijk voor een ernstig man, wien het om waarheid te doen is, en die den weg der behoudenis bij ervaring kent, om te zeggen, dat deze dingen niet alzoo zijn? En is het dan zoo wonder, zoo bevreemdend, zoo onbegrijpelijk, dat Satan, die dit alles ook wel weet, telkens en telkens weer Gods kinderen poogt te verleiden, om zich maar in de zonden te laten glijden, „opdat de genade te meerder wordeV' Ik weet wel, de eigengerechtige Christenen verstaan daarvan niets. Maar ik vraag, of er één Christen is, die bij genade leeft, die niet meer dan eens aan het vniir dier verzoeking zijn arme ziel gezengd heeft? En juist daarom is het zoo glad verkeerd van die onverstandige predikers gedaan, die daar geen oog en oor voor hebben, dat ze menschen, voor wie die zielsworsteling opkomt, dan kortaf, heel hooghartig toebijten: „dat ze schandelijke antinomianen zijn!" Neen, de liefde Christi doet anders, ondervangt die zielskranken wijst hun het rechte heilspoor weer; troost ze; en brengt ze van de
—
wonde hunner
En
ziele
af.
door juist omgekeerd, eerst in zulk een toestand in te gaan; na te speiiren hoe de ziel daarin gevangen werd; te erkennen dat ons hart, ook het wedergeboren hart, aan die verzoeking blootstaat; en dat niet ons afgrijzen, maar alleen „Gods Woord, dat niet te breken is," er ons van afhelpt. Wie nog niet in de woestijn kwam, kent die verzoeking nog niet. Maar ook voor wie er aan blootstaat, is er geen ander wapen tot afweer, dan een beslist en resoluut Daar staat geschreven Uw rede moet het toestemmen: o, Gewisselijk, door de zonde is de genade te meerder geworden En nu dan, uw ziel dorst naar meerder genade, zou zonde dan niet de weg zijn? Bij God, neen, ga achter mij. Satan, want daar staat geschreven „Dat zij verre!' Wi^, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen we nog derzelve leven!" Weg te redeneeren is Satan ook in die verzoeking niet, maar wei verdrijven door de macht van het tweesnijdend te te verjagen en zwaard van den Woorde Gods. Zonde is altijd gevloekt! Zonde, en al wat zonde genaamd wordt, altijd is onder den doem besloten! Gods Woord wil ze nooit; gedoogt ze nooit; ziet ze nooit oogluikend door de vingers; maar verafschuwt ze onveranderlijk en altoos met een „Heilig, heilig is !" de Heere, geen zonde kan voor zijn heilig oog bestaan Reeds uw eigen consciëntie de herinnering van vroegere worsteling bovenal de Heilige Geest in u, indien gij immers een kind van God dat
wel,
:
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's