De leer der Verbonden - pagina 170
160
Wat dus bij het Werk verbond, dat slechts spaarzamelijk vermeld nog noodig was, is volstrekt onnoodig bij het Genadeverbond.
wordt,
Dat de
Schrift
een Genadeverbond
leert is
voor geen tegenspraak
vatbaar, en elk godgeleerd stelsel dat dit honderd werf vermelde Genadeverbond niet onder zijn deelen opneemt, treedt reeds daardoor in
oppositie tegen de Schrift, en is derhalve verwerpelijk. Neen, wat we hebben toe te lichten is alleen de vraag: Waartoe dient dit verbond in het genadewerk? Welke plaats bekleedt het in
den
heilsraad?
bond
tot stand
Wat is oorzaak, dat dit genadewerk niet zonder verkon komen? Waarom moest er dat verbond bij? gewichtige vraag nu geven we een drieledig antwoord:
En op die om het kind
van God te troosten; 3". om het zedelijk leven in de kerk van Christus tot zijn recht te doen komen; en 8''. om het verbond tusschen de kerk en wat niet tot haar behoort levendig te houden. Lichten we elk dezer drie nader toe. Te beginnen met het eerste: de vertroosting van de kinderen Gods. Onze bedoeling ten deze leiden we in met een voorbeeld. Denk u dat een kustschipper met zijn vrouw en vier kindertjes aan boord, onverhoeds door een onweder beloopen, het stuur van zijn schip kwijt raakt, ziet dat hij het niet houden kan, en nu, om erger te voorkomen, recht op het strand loopt. Dan bonst het schip en stoot twee-, driemaal op het zand. Eindelijk daar zit het vast. Bijna om ze te kunnen redden, moet zijn de kinderkens gered. Maar nog een bang oogenblik doorleefd. De vader moet ze op zijn schouders nemen, ze dwars door de branding dragen, en als het eene paar kinderen gered is, terugkeeren om het andere paar te halen. Nu kan die schipper, als hij een man zonder hart is, daarbij zwijgend te werk gaan, en wel zoo, dat hij eerst drie van de vier kinderen vastbond, het andere zonder een woord te zeggen opnam, en er op zijn nek meê in de branding sprong. Dat zou, ieder voelt het, aan de redding van de kinderen niets toe of af doen. Ze kwamen er toch. Maar die kinderen zijn kinderen, en kinderen die niet weten, hoe dat toegaat, zijn bang, worden wild van schrik, en gaan gillen van angst. Als vader het kind op den nek neemt en er meê in de branding springt, dan denkt dat kind niet anders, of het gaat verdrinken, en vader de andere kinderen nog aan boord laat wachten, dan denals ken ze: Vader verlaat ons! en gaan ze gillen uit al hun macht. Dat 1.
.
is
.
.
hun doodsangst. als nu die schipper,
dat hoorende, maar zweeg, en dacht: „Wat doet er dat gillen van die kinderen toe, als ik ze maar aan strand breng", dan zoudt ge dat toch niet lief, niet menschelijk, eer hardvochtig vinden, niet waar? En wat doet daarom nu zulk een vader in zulk een hachelijk oogenblik? Och, dan sluit hij immers met zijn lievelingen eea verbond,
En
en
zefft
met een toon die hun in de
ziel
drinort
en hun vertrouwen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's