Honig uit den rotssteen - pagina 270
,
!
356
De jonge vogels die de leeuwrik in het veldnest uitbroedde zingen ook hun morgenlied voor God. Maar ze weten niet dat ze voor God zingen. Gij, zijn kinderen, daarentegen weet het wel. Ge zet er u toe, niet om te kwinkeleereu, maar om uw God te loven. Dies zij-n de jonge leeuwrikken met hun zuiveren toonslag geen priesters, gij met een gebrekkig toongeluid wel. „Priester" is maar of het met bewusten wille voor
God
gaat en
bij
God
als
God
past.
Het jong dat de hinde op de rotsklip wierp, dorst naar de hindemelk. Maar het jong weet het niet en bidt er dus niet om. En de hinde bidt er evenmin om voor haar jongen. En de hinde heeft moedermelk te geven en het jong melk om in te zuigen, maar van
Hem
weten ze niet. Gij, zijn kinderen, daarentegen weet het wel. Die moeder wordt, mag God vragen om een volle borst. Die zich zet aan den disch, mag vragen om spijs. En dat ééne „Geef ons heden ons dagelijksch brood!", ook al komt er niets dan droog brood en water; nog minder dus dan de hinden hebben; maakt u, o, zoa ontzaglijk rijk, plaatst u zoo hoog, en verheft u zoo buiten mate. Want daarin dat gij bidden, dat gij danken moogt, ligt het priester
mogen zijn voor uw God De .stormwind volbrengt Gods koren,
waarmee
Hij
bevel
den mensch voeden
en de akker wil.
Maar
teelt
Gode
zijn
ze dienen beide
God zonder te weten dat het voor God is. Gij, zijn kinderen, daarentegen weet dit zeer wel. Want aan uw dienen gaat strijd, gaat overwinning van zondige neiging vooraf. Wat de akker uwer ziele voortbrengt,
dat
is
offerawle.
Afgenomen van uw
lust.
Gode
toegewijd.
Niet maar een dienen, maar priesterlijk dienen. Hem tot prijs. Het lam lijdt, lijdt schrikkelijk, dat als stuk gekraakt wordt in den muil van den leeuw. Maar het arme dier weet het niet, dat het in dat lijden nog Gods majesteit dient. Het gilt zijn doodskreet zonder hope. Maar niet alzoo gij, die zijn kinderen zijt. Want ook gij zijt soms dat lam in den leeuwenmuil; ook u kraken soms de beenderen. Maar als ge lijdt gaat ge onder, omdat ge wilt ondergaan. Zelf een offerande door uw priesterlijke aandrift. Een lijden voor en met uw God! En zoo, om het nog hooger, en nu op het hoogst te nemen. De man, die wel braaf is, maar nog verre van zijn God staat,
ook zijn drift wel in, bluscht wel zijn hartstocht, en oefent wel schoone liefde, maar hij is nog als de stormwind, als de akker en de winden, hij wed niet dat hH om God gaat, voor God is, en God bedoelt. Hij werkt deugd voor zich zelf. Gij daarentegen, die zijn kinderen wierdt, ge zijt, ook in dat deugdslcven, ontwaakt; ge wierdt wakker; het kwam alles anders voor u te staan. Om God werd het, om Hem ceniglijk. Priesterlijk ook elke lof en alle deugd op aarde. Uit God, door den Ontfermer, tot Hem die het u schonk.
toomt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's