Dat de genade particulier is - pagina 51
41
Er zit in wat de ethischen prediken een element van waarheid, dat reeds van oudsher en veel juister en rijker en beter in de Verbondsleei'
ontwikkeld
la^,
en dat we
later
dan ook zullen
uitziften;
maar
de zondaar, zonder dat er voorafgaande genade aan hem geschiedt, bekwaam, machtii? en in staat zij, om Jezus aan te nemen, daarvoor geeft hun overschatten van wat Calvyn het „seinen reliyionis'''' (zaad der godsvrucht) noemde, letterlijk niets. Bij de vraag toch die ons nu bezig houdt komt alles maar aan op deze alles afdoende quaestie: „of een zoïidaar^ nog vleeèch uit vleesch zijnde^ en dus buiten alle bewerking van inwendige genade staande^ krachtens de vermogens en geestelijke bekwaamheden, die hij als
voor
het
groote
pleit of
zondaar overhield, al dan niet in staat is, om het heil van Jezus aan te nemen^ en dat op zaligmakende wijs." Op die vraag nu moeten de voorstanders der algemeene genade natuurlijk antwoorden: „Ja, gewisselijk, die krachten behield hij als zondaar nog !" terwijl omgekeerd de verdedigers van de particuliere genade zullen leeren: „Helaas, neen, die krachten bezit hij van nature niet meer, maar moet hij eerst door een wonder Gods aan zijn ziel ontvangen!"
Een
uitweg, een zijpad is hier niet. Zoo ooit dan geldt het hier: voor of tegen! Er moet hier gekozen worden. Dubbelhartigheid kan op dit punt niet bestaan. Want zoo iets, dan staat wel dit vast, dat wie een algemeene genade leert, in den zondaar van nature het vermogen onderstelt en aanneemt, om Jezus te kiezen als zijn deel; en dat wij dus op zeer deugdelijken grond die leer der „algemeene genade" bestrijden, als doende te kort aan wat de Schrift ons geopenbaard heeft over het
diep bederf der zonde.
Over dat
eerste pleitmiddel dat
Immers, licht
dat
trad,
niets
we voor de
particuliere
genade aan-
men
vooral niet te vluchtig heen. indien iets in onzen strijd met het modernisme aan het dan was het wezenlijk wel de hoog ernstige overtuiging,
voeren, loope
zoozeer
tegen
het
modernisme getuigde
als het
besef van
zonde en schuld. Tot moêwordens is telkens en telkens weer, uit alle hoeken van het orthodoxe kamp, den modernen dat bezwaar en dat bezwaar bovenal tegengeworpen. Het zondebesef was een feit dat niet viel weg te cijferen. Een feit waar ook zij mee rekenen moesten. En een feit tevens dat blijkens het eenparig getuigenis van alle godsdiensten en alle eeuwen, steeds elke opvatting van den godsdienst had beheerscht. En of nu de modernen al tegenspartelden en op hun wijs dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's