Honig uit den rotssteen - pagina 155
141
XLIX.
^00 5DU
brebc gctuee^t
iiUi
een ribiecl
3ijn aï^
Och, dat gij naar mijne geboden geluisterd hadt, zoo zou uw vrede geweest zijn als een rivier en uwe gerechtigheid als de golven Jesaia 48 18. der zee. :
Vrede bij druppeltjes! Zoo nu en dan te midden van onze onrust Soms, een enkel maal, als het veel is, een een kleine verkoeling Maar vrede, niet beker des vredes in heerlijke teugen uitgedronken druppelen, niet bij een bekervolle, neen, maar vrede als een bij rivier, vrede, als een bruisende stroom neergedaald van de bergen Gods; vrede achter u, aan uw voet en voor u uit; vrede, om er met heel het scheepke uwer ziel op te drijven; vrede, om er uit te drinken eiken morgen en eiken avond, en niet te merken, dat uw ja, vrede als .... een rivier .... om er zich in te vrede mindert baden, in te dompelen, om er zich heel zijn wezen in te verfrisschen, zeg het, mijn broeder, mijne zuster, gaat dat niet het heerlijkste nog te boven, waar ooit uw ziel van had gedroomd? En kent ge dan dat snijdend gevoel van namelooze spijt niet, als God de Heere u zeggen komt: „Och, dat gij naar mijn geboden gehoord hadt, zoo zou uw vrede als zulk een rivier geweest zijn en uw gerechtigheid als de golven der zee!" Of hoe, dat onbeschrijflijk heerlijke, wat het diepste pit van ons hart door zijn wondere bekoring naar buiten trekt en onze ziel van dat .... had ik reeds verlangen verteert bij het enkele indenken ., !
!
;
.
.
.
kunnen hebben. Die vrede als een
God zelf zegt het, zou mijn deel, mijn rivier. mijn zalige genieting reeds geweest zijn, ja, ik zou er gerechtigheid als de golven der zee bij hebben genoten, indien .... ja ... indien ik, dwaze die ik ben, maar aan die lieflijke geboden van mijn God aan had gewild. Indien ik maar Indien ik maar bij mijn Vader was gebleven kind had willen zijn Indien mijn opstandig, muitend hart maar niet „Ik wil weg !" en mijn ziel „Ik heb geen lust aan die gezegd had !" eindelooze geboden Indien ik maar lust had gehad aan Jehova! Lust aan Jehova, o, heil,
.
!
!
:
:
zooals
Hij
is,
met
zijn heerlijk
heiligen wil;
met
zijn heerlijk zalige
geboden.
Maar
ik
geboden geslagen
nietl Ik heb prikkels van den Drijver in die en er toen achterwaarts met mijn verzenen tegenin En, zocht geluk, ik zocht vreugde, ik zocht vrede
heb
dat
gezien, !
Ik
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's