Een midden-eeuwer in onze dagen - pagina 53
met hunne
bekrompen woningen behooren
in vele steden
de
tot
van de hardvochtige denkwijzen van het verleden" (XI). Als overgangsmaatregel Eene handelsbelasting voor Joden de speciale bestemming, van de opbrengst dier belasting:
overblijfselen 4.
:
met
Joodsche kinderen in andere beroepen te doen opleiden. 5. Elke kunst, elke wetenschap moet ook voor den Jood als eiken anderen vrijen mensch op gelijken voet met andere burgers
De ontwikkeling van talent moet ook hem het veropenstaan. werven van onderscheiding, eer en belooning mogelijk maken. 6. De gelegenheid voor Joodsche kinderen om middelbaar onderwijs o. a.
te
In zijne toelichting verklaart
ontvangen.
Dohm
het
wenschelijk dat de Regeering het Joodsche godsdienstonderwijs
geheele vrijheid gunnend, toch zorg drage dat ook de zuivere en
waarheden van den godsdienst en zedeleer der rede, in ook de verhouding van alle burgers jegens den Staat en de beteekenis der staatsburgerlijke plichten den Joodschen kinderen worde onderwezen. Een gewichtige taak, zoo laat hij volgen, ongetwijfeld ook bij de Christenen gewenscht.
heilige
bizonder
het
7.
Bevordering der verdraagzaamheid. In
zijn toelichting luidt
Joden moeten de pogingen der Christenen om hunne vooroordeelen en liefdelooze gevoelens Den predikanten moest af te leggen, hand in hand gaan (XII). worden opgedragen om tot deze zelfherziening aan te sporen, die het
:
Met de
zedelijke verbetering der
door den
evenzeer
geest
der menschenliefde als door het echte
Die taak moet dezen mannen licht wanneer de geest der Liefde, sprekende uit de gelijkenis van den Samaritaan, hunne harten vervult (XIII). 8. Vrijheid in de regeling van alles wat hunne religieuse belangen en aangelegenheden betreft. Uitdrukkelijk noemt Dohm wordt bevolen.
Christendom
vallen,
hier het banrecht. 9.
Eigen
rechtspraak
bij
privé-geschillen
tusschen
Joden
onderling.
(Mendelssohn maakt in de voorrede van zijne uitgave van Mannasse ben Israel's ,,Rettung der Juden" de opmerking dat
hij
nóch
het banrecht, noch de eigen rechtsspraak wenschelijkheden acht;
het eerste niet,
omdat
hij
uitsluiting in het
godsdienst acht, het tweede Staat,
hoe
zij
ook
rechten genieten, vallen.
49
Dan kan
zij
in
niet,
algemeen
in strijd
met
omdat, zoodra de leden van den
geloofszaken
denken,
gelijk-menschelijke
ook onder het algemeene recht behooren
het
onverschillig
zijn
te
welk geloof de rechter
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 76 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 76 Pagina's