Het heil in ons - pagina 104
!
;
94 waant dien overgang gemaakt te hebben, geheel op eigen keur of keur der vrienden afgaande, zich nu in gaat beelden, metterdaad dat over en weer voor elkaar belijdt dat standpunt bereikt te hebben men nu die hoogere genade ontvangen heeft; ja, in der waarheid zich ingetogener, minder zelfzuchtig en zinlijk maakt om de proef op de som te kunnen leveren; en dusdoende allengs derwijze bedwelmd en verblind wordt, dat men ter nauwernood meer iets voelt van het eer komische dan tragische schouwspel van een groep zeer ordinaire' mannen en vrouwen, die in geen enkel opzicht hooger staan dan de' gewone belijders, en die desniettemin de waanzinnige verwatenheid: aandurven, ora nu den volke toe te roepen „Hier zijn de heiligen Wie is er die ons van zonde overtuigt!" Rome bleef u dan ten minste de nog iets beteekenende Zie, bij waarborg, dat men niet zichzelf voor heilig verklaarde, maar heilig verklaard werd. En wel heilig verklaard werd, meest na zijn dood, en niet dan na een onderzoek, dat althans den schijn aannam van ernstig te zijn en met notoire feiten rekende. Maar ook die waarborg ontvalt u bij deze Enthousiasten geheel. ;
:
toch worden niet heilig verklaard, maar verklaren het zichzelf of het zich door hun vrienden doen. Niet na hun dood, maar bij hun leven. Niet na onderzoek, maar afgaande op zeer oppervlakkigen indruk. Zich baseerende niet op feiten die notoir zijn, maar, ondanks tamelijk notoire feiten, op het beeld van eigen deugdelijkheid dat ze Zij
laten
in den spiegel hunner inbeelding hebben gezien. Men gevoelt welk gevaar hierin schuilt, een gevaar waartegen Rome ten minste nog gewaakt heeft, maar dat deze Geestdrijvers argeloos ia den muil loopen, we bedoelen het doodelijk gevaar van geestelijke
van zielstrots en hoovaardij. doordien alle Enthousiasten den laatsten grond van hun geloof daarin zoeken dat zij hebben willen, gelooven, d. i. in zichzelf, is het slechts een bijzondere genade geweest die sommigen van Gods kinderen, ofschoon ze op deze doolpaden verliepen, voor het vallen in dezen kuil der hoovaardij heeft behoed. zelfverheffing,
Vooral
te
Yoeg nu daarbij dat deze dwepende lieden om hun stelsel staande houden en zichzelf op de hoogte van hun stelsel te handhaven, de
verantwoordelijkheid ten laatste moeten wegcijferen, en ge doorziet ook zonder dat we er meer van zeggen, hoe^ hoovaardij van de vastigheid der consciëntie losgemaakt, zoo vaak na met den geest begonnen te zijn, in het vleesch is geëindigd. Want dit spreekt toch vanzelf, om hun sprake van „volmaaktheid reeds hier op aarde" voor hun eigen consciëntie te kunnen waar-j maken, zijn deze geestdrijvers wel verplicht om de verantwoordelijkheid
zedelijke
immers
voor wat uit hun eigen vleesch opwelt, bedektelijk van zich af te] schuiven. Ze zullen de verantwoordelijkheid op zich nemen voor watj ze doen; ook voor wat ze bedoelden; zelfs voor wat ze koesterden en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's