Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 151

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 151

2 minuten leestijd

!

137

XLYIII.

^emanteïb En de kinderen die

Israëls

hadden de zaken, hunnen 2 Kon. 17 9.

recht zijn, tegen den Heere

niet

God, bemanteld,

:

Er is aan het „bemantelen" een goede kant, maar er ligt ook in het „bemantelen" een gevaar, een gevaar zóó doodelijk, dat de goede kant ternauwernood meetelt. Neem maar weer Jerobeam en Achab. Jerobeam is de man tnet, Achab de koning zonder den mantel. In den grond der zaak is ook Jerobeam een van God afkeerig, afgodlievend. Jehova-hatend m{in; geen zier beter dan Achab; ja want Achab haast staat Achab nog dichter dan Jerobeam bij ons was een verleide van Izebel en wat vooral niet vergeten mag, toen het er op aankwam, heeft Achab zich voor den Heere verootmoedigd en heeft de Heere, ter wille van die verootmoediging, tijdelijk het oordeel van zijn huis afgewend. Maar zie, terwijl nu Achab, door Izebel opgehitst, schaamteloos met zijn Baaldienerij voor den dag komt, en in Samaria een pendant van Zions tempel voor zijn afgod bouwt, en openlijk, dat ieder het merken moet, zijn haat tegen Jehova proclameert; .... zoekt Jerobeam tot op zijn dood toe te blijven .... een vroom man! Let er toch wel op, Jerobeam bleef aan den God der vaderen Jerobeam wou volstrekt trouw Jerobeam was tegen alle afgoderij Jerobeam zou wel terdege neen geen beeldendienst hebben neen den dienst van den eenigen waren God als godsdienst van Staat handhaven, en er geld voor geven, om kerken te bouwen, en den priesters van Jehova een rijkelijk inkomen geven, en zelf komen met offerande, om Jehova te aanbidden ... o, die Jerobeam was zulk een vroom man Natuurlijk kon hij, kon zijn volk niet naar Jeruzalem gaan; dat lag in den aard der zaak; want Juda was vijand; en dus moest hij wel in Bethel en Gilgal een noodkerk, een behulptempel oprichten; maar dat was niet uit slechtheid; dat was hoogstens een noodzakelijk kwaad. Levieten had hij niet; dus moest hij wel zelf priesters aanstellen; maar ook dat deed hij alleen uit noodzaak. En dat hij een paar gouden symbolen bij die noodaltaren schitteren liet, neen, heusch, ook dat was niet met kwade bedoeling, maar, denk er toch wel om, alleen maar, omdat de arke des Verbonds en de cherubijnen te Jeruzalem stonden en de heerlijkheid des Heeren nu eenmaal te Zion blonk en niet bii hem. ;

;

;

;

;

.

.

.

.

.

.

!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 151

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's