Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 103

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 103

3 minuten leestijd

98

Op den feit,

dat

voorgrond nu sta daarbij de verklaring, dat het groote God met ons menschen in een of meer verbonden trad, niet

en nog minder is een zich schikken van Gods zij iets toevalligs is, naar onze menschelijke usantiën, maar dat veeleer de verbondsbetrekking de normale, noodzakelijke en hoogste betrekking is, die én naar den eisch van Gods Wezen én naar den raad zijns willens tusschen Hem, den hoogen God, en ons menschen behoort te bestaan en dus ow^staan moest. En ten andere

verbondsbetrekking ons menschen niet een last, als een vreemd juk, dat we om te dragen hadden, maar dat toch eigenlijk bij ons wezen niet paste; want dat juist omgekeerd het zedelijke karakter van onze menschelijke persoonlijkheid niet naar eisch kan aan het licht treden, zonder dat de band des verbonds beseft is en wordt aanvaard. Dienovereenkomstig is God de Heere dan ook van stonde aan met den mensch Adam, den eersten mensch, aller stam- en geslachts vader in verbondsbetrekking getreden, door hem aan te bieden het Verbond der V) erken. Wat wilde dat zeggen? Zie, de vraag voor den geschapen mensch was: hoe kom ik uit den toestand waarin ik nu ben, in den hoogeren toestand, die in den hemel gekend en genoten wordt? Kort gezegd: hoe kom ik tot het eeuwige leven? Daarop nu bestonden twee mogelijkheden; t. w. óf dat de mensch naar het eeuwige leven toewerkte; óf dat het eeuwig leven in hem dat

God opgelegd is zijnentwil nu eenmaal door

deze

als

werd uitgewerkt. Hij stond nog buiten het eeuwige leven. Hij had het nog niet. Van tweeën één kon dus maar gebeuren; of hij moest naar het eeuwige leven toekomen, óf het eeuwige leven moest toekomen naar hem. Zou hij 7iaar het eeuwige leven toekomen, dan moest hij aan den arbeid, dan moest hij er voor werken, en als loon voor die inspanning zich het eeuwige leven zien voorgesteld. Moest daarentegen het eeuwige leven naar hem toe komen, dan moest hij eerst uitgekleed, daarna in het eeuwige leven ingezet, en voorts door hooger kracht dat eeuwige leven in hem uitgewerkt. De eerste weg zou de weg zijn der werken; de tweede de weg, niet der werken maar der ontlediging en der genade. En zoo dan is het wederom niet toevallig, maar volkomen noodzakelijk, dat er eigenlijk maar tweeërlei verbond denkbaar is. Of een verbond, waarbij de mensch aan het loopen gaat, om naar het eeuwige leven te komen; of een verbond waarbij de mensch blijft waar hij is, maar het eeuwige leven loopen gaat, om te komen tot hem. Loopt nu de mensch en blijft het eeuwige leven in rust, dan hebt ge het Werkverbond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 103

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's