Het heil in ons - pagina 33
33 dacht wordt. De schade hieruit voortvloeiend snijdt dubbel. Eenerzijds toch vervalscht men zoodoende het Evang-elie en neemt den troost der geloovigen weg^ door de volharding der heiligen in verdenking te brengen. Een gemeente kan wegsterven. De geschiedenis toont het. Haar leven kan inzinken, haar kandelaar worden uitgebluscht. Een gemeente kan niet slechts vallen, maar ook vervallen en wegvallen. Tot een gemeente kan Christus derhalve zeggen: „Ik zal uw kandelaar
mijnen mond spuwen!" Maar wat van een van den enkelen geloovige. Past men nu soortgelijke uitspraken, in strijd met de duidelijkste aanwijzing der Schrift, niettemin op de enkele bekeerden toe, dan leidt dit ongeoorloofd mottoprediken tot vervalsching van de heilswaarheid, tot verwarring der begrippen en tot ondermijning van het goddelijk gezag, dat aan Gods Woord juist om zijn wezenlijke eenheid toekomt. Is iet minder schadelijk is anderzijds de zorgeloosheid, die hierdoor over de gt^meentot als zoodanig komt. Went men zich aan het denkbeeld, dat zoo ernstige woorden de enkele personen en niet de gemeenten gelden, dan wordt allengs de consciëntie der gemeenten verstompt en slijt het besef van verantwoordelijkheid voor de heilighouding der Gnneente als zoodanig uit. Eeeds bij duizenden kan men de steden en dorpen in Azië, Afrika en Zuidoostelijk Europa tellen, waar eertijds uitnemende gemeenten van den Christus bloeiden, die, allengs geestelijk verzwakt, naar de stem der vermaning niet gehoord hebben, en ten leste geheel verwoest en vernietigd zijn zoo zelfs dat men veler naam en standplaats niet meer kent. Yan menig vlek en stedeke in ons eigen vaderland geldt reeds hetzelfde. Tal van dorpen overal, waar eertijds de Christelijke gemeente een licht op den kandelaar was, waar uitnemende voorgangers het Woord Gods bediend hebben en waar de kracht des Heiligen Geestes openbaar was geworden, zijn thans reeds van het bezit eener Christelijke gemeente beroofd. Er is geen geloovig prediker, er is geen belijdende kerkeraad meer. Er ontbreekt een prediking des Woords, er is geen herkenbare bediening der Sacramenten. Geen kern zelfs van geloovigen vindt men er meer. Hoogstens een enkele dienstbode of van buiten ingekomen ambtenaar kent er het gebed in den naam van Jezus nog. Zonder aarzelino- dient ius verklaard, dat ook aan zulke gemeenten de profetie is vervuld geworden: dat haar kandelaar zou worden uitgebluscht. Dat is niet meer te herstellen; maar wel te voorkomen is, dat een reeks van andere gemeenten, die reeds ongelooflijk ver op denzelfden weg voortschreden, dien v>'q^ ten einde toe bewandelen. Er zijn gemeenten die reeds zieltogen, maar die toch, door zich te bekeeren, nog aan volslagen verwoesting ontkomen kunnen. Het medicijn ligt gereed. De Heere heeft het in zijn Woord bereid, met de uitdrukkelijke bijvoeging, dat dit medicijn voor de gemeenten bestemd was. Waarom keert dan ons publiek, waarom keeren onze predikers niet tot de een-
wegnemen, gemeente
ik
geldt,
zal
u
geldt
uit
niet
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's