Honig uit den rotssteen - pagina 258
;
344
dat
goud
kennis, zijns.
God
eer ze ter helle varen, maar dat alles, ook ook die rijke levensontplooiing van kunst en schatten van onzen God. Hij schiep dat alles. Het is
aan en
galgemaal
zijn
vermeien,
zilver,
Het komt inbeelden,
Hem indien
toe.
we
En het is zich toch al een zeer armen dat volle, rijke, schitterende leven buiten
den Heere onzen God stellen. Neen, diezelfde God, die eertijds op Nineve acht gaf, die groote stad met veel volks er in, ook veel vee, diezelfde God is nog de Formeerder, de Bezitter wijl Drager, de Regeerder wijl van elk land en elk gewest, van elk volk en elke natie, van elke stad en elk dorp, van elk vlek, elke buurt en elk gehucht, en zelfs in het afgelegenst oord kan geen boeren-pachthoeve zoo eenzaam staan, of als er menschen wonen, is dat Gods pachthoeve en moet die heilige, heerlijke God ook uit die eenzame pachthoeve zijn eere hebben. Het moet er naar recht gaan, in het donker moet er het licht er moet orde en gesteldheid op goede zeden heerschen schijnen naar de ordinantiën Gods moet heel het uurwerk des levens er eiken dag afloopen en eiken avond in het gebed en in de schuldbelijdenis weer worden opgewonden. Er zijn in elk huis hartstochten; er woelt in elk dorp zonde; er schuimt ongerechtigheid naar boven in elke stad goddeloosheid trekt door de aderen van elk volksleven. Maar nu is hier Gods eere in, dat zijn Naam op dien hartstocht beslag legt, die zonde intoomt, die ongerechtigheid aan den band legt en die goddeloosheid breidelt. Nu het zijn eere als God, dat zij die in dat huis te zeggen hebben, is in dat dorp regeeren, in die stad rechtspreken, of in dat land de wet schrijven, voor Hem opkomen, zijn recht sterk maken en aldus aan God den triomf geven over Satans diep onheilige macht. Zijn eere bovenal, dat waar Hij al den dag en al den nacht zegent, uit stad en lande Hem dank worde toegebracht voor zijn groote goeder-
Eigenaar
wijl
Lotsbeschikker,
;
;
tierenheid
.
moet elk vader het opvatten in zijn huis. Niet maar vragen: Hoe worden mijn kinderen bekeerd? Maar vóór alle dingen vragen: Hoe zal heel mijn huis aan God zijn eere geven? „Ik zal in Met David moet hij als koning van zijn huis zeggen het midden mijns huizes wandelen in oprechtheid mijns harten, wie bedrog pleegt zal binnen mijn huis niet blijven, het verkeerde hart zal van mij wijken; den booze zal ik niet kennen." Zoo moet elk burgemeester in stad of dorp een aanvallend vijand voor alle ongerechtigheid zijn en een uitdelger van alle goddeloosheden. Het private huis is niet zijn verantwoording. In huis is de vader burgemeester. Maar op de straat, voor alles wat publiek is, moet de burgemeester voor Gods eere waken, en of de wet hem dat oplegt of niet oplegt. God Almachtig zal de eere in zijn stad of dorp Zóó
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's