Practijk der godzaligheid - pagina 93
!
85 waarheid
zoekt,
niet
mensch
een
vlinderzielen,
die
levenservaring. En zij, volk, nooit een ander
ja,
maar
wel
de
gerijpten
in
ze kunnen, door alle
getuigenis
op aarde!
dan
dit
eeuw en onder alle ééne doen hooren: „De
En nu aangaande
de jaren onzes daarin zijn zeventig en, indien we zeer sterk zijn, tachtig jaren, maar het meeste van die is moeite en verdriet!" Maar; en hierin komt nu eerst de rechte ernst des levens; al moeite en verdriet, maar door God over ons gebracht; door God den. Heere noodig voor ons gekeurd. Want wel terdege spreekt daarin ook straf zich uit, of wil men, een betooning en openbaring van de gerechtigheid en heiligheid des Heeren; maar overmits in God Drieëenig alle onderscheidene eigenschappen niets zijn dan anders gekleurde stralen van een zelfde Eeuwig goddelijk Wezen, zoo spreekt toch ook in die betooning der gerechtigheid zich tegelijk de beschikkende Voorzienigheid des Heeren uit. Zeer gewisselijk doet de Heere alle ding om zijns zelfs wil, en handhaaft Hij dan ook zijn gerechtigheid ter wille van zijn Wezen, omdat Hij de gerechtigheid is, maar juist overmits we zijn schepselen zijn, komt dat handhaven der eeuwige gerechtigheid dan toch ook weer aan ons als de schepselen van dien God ten goede. Zooals de zondaar op aarde staat, staat hij er dus naar Gods bestel heeft
strijd
levens,
en ordinantie. Een zondaar in een paradijs dat kon niet Dat zou geweest zijn, alsof ge een dief de sleutels van uw schatHet zou hem niet beschameu, maar prikkelen kist in handen gaaft. tot nog erger misdaad. Bij een ruïne hoort een ruïne. Bij een afgebroken mensch een ingezonken wereld. De doornen en distels moeten onze hand schrijnen, omdat we met de doornen en distels van ons boos hart dag en nacht inschrijnen tegen de teedere heiligheden van den Heere onzen God. In letterlijken zin heeft God de Heere dus die drie machten van de Doornen, van den Kaïn en van de oude Slang, of wilt ge, meer in ónze taal, van de natuur-^ de menschen- en de demonenwereló. tegen ons losgelaten. God de Heere heeft het zoo gewild. We moesten door drie aangevallen worden. Vijanden moesten we hebben, doodvijanden zelfs. Nu wij vijanden Gods waren geworden, moest er vijandschap ook tegen ons uitbreken. En alzoo is het nu beschikt, en alzoo is het nu verordineerd, dat wij hulpelooze, weerlooze, machtelooze schepselen, daar nu dag aan dag en nacht bij nacht voor het schot van den pijl zouden staan, om tegelijk van voren en van achter, zichtbaar en onzichtbaar door deze vijanden en doodvijanden te worden belaagd, bestookt, benauwd. Want of die pijl nu in den vorm van een vuurschicht uit de donderwolk schiet; of als vlijmend woord van bitse bitterheid u wondt van menschenlippen óf schriklijker nog, van uit Satans verborgen ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's