Dat de genade particulier is - pagina 136
:
126 Luthersch zijn geworden, met name in Brandenburg en Hessen, reeds tijdens de Dordsche S^mode in zwang was. Naar het getuigenis toch van Hüdehrayid, die op het keurigst de gevoelens dezer theologen saamgaarde, kwam hun leer hierop neer Ciill. testimon, p. 239): „dat een mensch aan de werking van Gods genade wel terdege weerstand kon bieden, en alzoo, wanneer bij van Godswege tot geloof en gehoorzaamheid geroepen werd, zichzelven ongeschikt kon maken (sic) en in toenemende mate kon worden, om ooit tot het geloof of de onderwerping aan Gods wil te komen; en dat wel door zijn eigen wezenlijk toedoen, waarover de genade wel triorafeeren zou, indien de mensch ze maar niet „in ongerechtigheid ten onder hield". Dit nu zouden, dus gaat hij intusschen voort, de raenschen, werden ze aan zichzelven overgelaten, allen doen. Kn daarom komt er dan nog zekere bijzondere genade bij, die door Gods wijsheid en macht zoodanig werkt, dat de mensch, tot wien ze komt, die niet kan weerstaan, hoe hard ook zijn hart ware." Een voorstelling die vanzelf uit moest loopen op het ja en nee)i van de Luthersche Fovinula Concordiae, die in art. 2 bepaalt: „De menschen komen tot bekeering door loutere genade en door de kracht des Heiligen Geestes, die alleen en eeniglijk die bekeering tot stand brengt. Want indien die genade van den Heiligen Geest er niet is, baat al ons willen en loopen niet met al, gelijk Christus gezegd heeft „Zonder mij kunt gij niets doen," met welke weinige woorden alle macht aan den vrijen wil ontnomen wordt en alle ding aan de goddelijke genade wordt toegeschreven, opdat de mensch niets hebbe waarin hij roeme." Zelfs wordt in de „weerleggingen der dwalingen" het pure passive, d, i. „louter lijdelijke" van Luther in den meest beslisten zin toegepast op de eerste daad der wedergeboorte. En toch wordt daarna, geheel strijdig hiermee, in artikel 7 dan weer geleerd „Christus roept intusschen alle zondaren tot zich, en belooft hun verlossing en bedoelt in vollen ernst, dat alle menschen tot hem komen zullen, om door hem geholpen te worden. ... En aan allen dezen. belooft hij de kracht en de werking van den Heiligen Geest te zullen schenken en den goddelijken bijstand te zullen verleenen, opdat ze, volhardende bij wat ze ontvingen, des eeuwigen levens deelachtig mogen worden." Wat, gelijk een iegelijk inziet, een eenvoudig naast elkaar plaatsen is van twee uitspraken, waarvan de ééne de andere •
.
.
.
lijnrecht weerspreekt.
Let
men nu nauwkeurig op
distische
en
Luthersche
het onderscheid tusschen deze Amyral-
voorstellingen,
dan
bespeurt
men,
dat het
Amyraut hoofdzakelijk te doen was, om God te rechtvaardigen, terwijl de Lutherschen meer practisch doelen op de toebrenging van den zondaar. Amyraut meent het middel te hebben gevonden om het schijnbaar onbarmhartige uit Gods raadsbesluit weg te nemen, terwijl de Luthersch-getinte voorstelling er meer op
uit
is,
om
elke lijdelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's