Dat de genade particulier is - pagina 141
1.
DE EEUWIGE LIEFDE. De verborgenheid der godzaligheid is groot. 1
Om
Tim.
3
:
16.
de kostelijkheid, de heerlijkheid, de uitnemendheid eener teweeggebrachte genezing af te meten, moet ge de mate kennen van het gevaar, waarin de doodelijke krankheid den lijder gestort had. Hoe kleiner dat gevaar, des te geringer de lof voor den heelmeester. Maar ook, hoe ontzettender en vreeslij ker de inzinking, des te ongedwongener klinkt in te wijder kring de roem en de eere van den arts die zulk een wonder der uitredding wrocht. Op God in het werk der verlossing van zondaren overgebracht, wil dat dus zeggen, dat de roem en de glorie des AUerhoogsten dan eerst naar waarde in zijn gemeente verheerlijkt wordt, indien het gevaar des doods, ja meer nog, de gevaarlijke dood zelf, waaruit de liefdesaandrift des Albarmhartigen zijn heiligen gered heeft, ten minste eenigermate in zijn ondoorgrondelijke diepte door ons wordt gepeild. Van dien roem Gods in zijn onnaspeurlijke ontferming beginne daarom ook de uiteenzetting van de leer zijner onuitsprekelijke genade. Wel weten we, dat meer dan één, ook heden ten dage, zijn bot egoïsme tegenover den roem van den Driemaal-heilige stelt; maar wie zal dit goedkeuren? Een feit is het, dat de minste menschen in het genadewerk beginnen met te vragen: „Hoe wordt mijn lieve God verheerlijkt?"; en dat verreweg de meeste, zoo niet alle, althans aanvankelijk, alleen vragen: „Hoe komt mijn arme ziel er door?" Maar op dat lagere, egoïstische, God vergetende standpunt blijft men dan toch niet staan. Het gaat er mee als met het bidden: dien thermometer van heel ons geestelijk leven. Ook in ons bidden toch is het zoo, jaren lang, bijna altijd maar bidden voor ons zelf, „dat God voor óns toch maar zorgen moge; dat wij het goed hebben; en het óns aan niets oatbreken doe; en óns redde uit gevaar." Wel een teeken, dat we onszelven liefhebben; als we zoo voor onszelven altijd bidden. Voor „onszelven" in de eerste plaats. Voor „onszelven" schier alleen. Eerst van lieverlee brengt dan de groote Bidder, de Heilige Geest, ons verder, en leert ons dat enghartig egoïsme af, en werkt het zelf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's