Heils termen - pagina 22
blijft de H. Schrift niet staan. De Middelaar kwam om de éénheid van „Naam" en „Wezen" weer te toon en, maar om de geroepenen van den Vader tot die éénheid terug: te brengen. Katiuirlijk die eenheid ligt in het eeuwige,
Maar
niet
en
daarbij
slechts,
zal
eerst
boven met zijn
door
openbaar worden,
d9,n
dien God.
Naam Yan
zal
dien
„Naam"
ons verheerlijkt Wezen daarworden, waarmee we gedoopt spreekt Jezus, als Hij van den
als
genoemd
goeden Herder getuigt, dat „hij zijn schapen bij name roept. Die „Naam" en niet onze aardsche naam staat daarboven geschreven in „het boek des levens." Die „Naam" komt tot ons als de Heere ons in zijn ontferming roept, en daarom heet het bij Jesaia: ,jVrees niet, want Ik heb u verlost. Ik heb u bij uwen Naam geroepen." Verlossen en roepen bij den waren Naam is dus één, wijl juist daardoor de ban des doods in ons gebroken wordt. Niet de naam, dien we van onze ouders ontvangen, maar die eeuwige, van God gegeven, van God ons voorbestemde Naam is het, waarvan Jesaia getuigt Van mijn moeders ingewand af heeft :
de Heere mijnen in
vers
5
schrijft
Naam gemeld men
(H.
dan wat Alzoo zegt de Heere
het scherper geteekend,
leze
:
:
hij
XLIX
:
I);
of wil
men
LVIe Hoofdstuk, Ik zal hem in m ij n
in het
n muren een plaats en een Naam geven, een eeuwigen Naam, die niet uitgeroeid zal worden." Nu verstaan we dus ten volle, wat „die nieuwe Naam op den
huis en binnen
m
ij
witten keursteen" zal zijn: de nieuwe ware Naam voor het nieuwe ware Leven: die Naam, waarmee de Heere ons in zijn vrijmacht noemde, toen de gedachte van ons aanzijn in zijn voorkennis was, en Hij ons uit het niet riep met zijn schoppend Woord, om Niet het worden, waartoe Hij ons verordineerd had. dus eerst, maar eerst onze „Naam" in de gedachte des Eeuwigen, en ons wezen wordt, wat het wordt, wijl het naar Gods raad aan dien „Naam" moet beantwoorden. Eindelijk. Nu is het ons geen raadsel meer, waarom „alleen hij dien Naam kent, die dien Naam ontvangt." Immers, is de „Naam" d. w. z. onze eeuwige, onze van God verordineerde Naam, de bijzonderste aanduiding van het allereigenste van ons eeuwig wezen, dan kan daarom geen ander schepsel dien Naam doorzien en b(;grijpeu, wijl z ij n wezen, door welke schakcering dan ook, noodzakelijk van ons wezen verschilt. datgene
„Wezen"
te
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's