Practijk der godzaligheid - pagina 251
243 daar niet voorbij en kan, so heeft de Heere Godt nogals hij verder in zijn menigerlei wijsheid goed gevonden, zijn eigen volk voor te stellen eenige middelen, daardoor zij hun eigen vleesch zonden zelve kwellen ende temmen^ en daarvoor is de oefening des vastendags wel de voornaamste^ die niet is een vont der menschen lijdt,
maar
een ordonnantie Gods." Omhelst men dit gevoelen; een voorstelling, die in den bloeitijd van onze kerk door de gezamenlijke hoogleeraren van twee hoogescholen, en daaronder door mannen als Eivet, Polyander, Thisius, Amesius, Amama en Walaeus, blijkens de approbatie, als Schriftmatig beteekend is erkent men derhalve dat het vasten een der voornaamste van God geboden middelen is, om den invloed van de weelde des vleesches en de grootschheid des levens te keeren; wie, zoo vragen we met ernst, weerspreekt dan de onmisbaarheid van het vasten voor een tijd als de onze, die immers in overdadige weelde en botge vierde ;
zinnelijkheid uitbreekt naar alle zijden? Er schuilt hierin een geloofsquaestie,
waar de Schrift telkens op en waarop dusver niettemin veel te weinig gelet is. Kent men het ons verhaalde in Deuteronomium 8 ? Stondt gij, lezer, ooit opzettelijk bij de diepzinnige woorden, die daar over Israëls woestijnleven voorkomen, stil? Uw Heiland, ge weet het, keurde die woorden dermate krachtig en gestaald, dat hij er Satan in de ure zijner verzoeking meê terugsloeg. De mensch zal bij brood alleen „Daar staat wederom geschreven
wijst
:
maar In welken zin
niet leven,
bij
zijn
woord dat uit den mond Gods uitgaat!" deze woorden door Mozes in Deuteronomium
alle
8
bedoeld? Ze slaan blijkbaar op de veertig jaren, die Israël in de woestijn sleet en duiden de bedoeling aan, waarmee de Heere Israël die lange jaren in de woestijn liet. „De Heere uw God," dus schrijft hij, „heeft u deze veertig jaren in de woestijn geleid, opdat Hij u verootmoedigde." Wat beteekent „verootmoedigen" hier? Wil het zeggen, gelijk men gemeenlijk verstaat: opdat Hij u kastijdde voor uw daad van afval? Stellig niet.
verootmoedigen" beteekent, gelijk ieder kenner der OudTestamentische Schrift weet, niet anders dan vasten. „Iemand verootmoedigen" kan dus beteekenen: iemand doen vasten, hem spijs onthouden, hem doen hongeren. En dat nu werkelijk aan deze en aan geen andere beteek enis in Deuteronomium 8 te denken is, blijkt ten duidelijkste uit den aanhef van het volgende vers: „En Hij verootmoedigde u en liet u hongeren." En waartoe strekte nu, naar luid van Mozes' verhaal, dit gedwon-. gen vasten, dat de Heere aan Israël oplegde?
„De
ziel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's