De leer der Verbonden - pagina 30
20 altijd hemelsch en niet aardsch zullen gedenken, en dus af hebben te trekken van onze voorstelling al datgeen waaraan onze aardsche
onvolkomenheid kleeft. Afgewezen en bestreden moet dus het denkbeeld, alsof God de Heere bij maniere van een mijmerenden mensch, een tijdlang in zich zelf zou gepeinsd hebben, hoe Hij dien Eaad wel vatten en maken zou; en nu voorts uit dit gepeins ontwakend, zijn gedachten nader bepaald had;
kan in
om
ze ten slotte te
formuleeren in een vast Besluit. Dit
Wezen niet. Eenvoudig omdat er God geen overgang van onhelder besef in helder bewustzijn zich bij
denken
God
is
God en
laat.
in het Goddelijk
Hem
Bij
is
alles onmiddellijk.
is
voor
Hem
aldoor peilt tot op de keerzij van den Zijn
omdat
Kaad die,
past
bij
uit zijn
In geen gedachte die Hij niet
alles doorzichtig als het klaarste licht.
Er
bodem
der zaak.
Wezen, omdat die op Wezen opkomende, bij het zijn
zijn
Wezen
rust,
en
licht zijner Wijsheid,
door zijn Wil tot Kaad wordt. Die Baad is dus de bewuste uiting van zijn leven; en wijl Hij niet anders leeft noch leven kan dan als Vader, Zoon en Heilige Geest, zoo volgt hier vanzelf uit, dat de Baad, dien schepselen nooit doorgronden, tot stand kwam, niet enkel door een wilsuiting van den Vader, noch ook alleen door een wilsuiting van den Zoon, noch ook enkel door een wilsuiting van den Heiligen Geest, maar door de diep opwellende wilsuiting van Vader, Zoon en Heiligen Geest in hun onderling verbond. En overmits nu het verbond van Vader, Zoon en Heiligen Geest bij dien raadslag wel niet anders dan in de zuiverste harmonie kon zijn met die bewuste, heilige levensbetrekking, die tusschen deze Heilige Bersonen in het Wezen Gods bestond, bestaat en eeuwig zal bestaan, zoo springt het in het oog, dat de Baad Gods, zoowel de algemeene Baad voor aller dingen loop en uitkomst, als de bijzondere Baad voor de zaliging der uitverkorenen; tot stand is gekomen juist door en krachtens het eeuwig Goddelijk Verbond- dat, tusschen de drie Heilige Bersonen in het Goddelijk Weezen opgericht, den grondslag uitmaakt van aller schepselen aanzijn en van aller uitver-
—
korenen eeuwig;
heil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's