Heils termen - pagina 222
212 ons opnemend, ons, achter onze zonde om, door zijn eigen ontvangenis uit den Heiligen Geest, in onzen heiligen levensoorsprong uit God terugleidt.
Het kan uit dien hoofde niet anders, of de raad des heils en alle werk der verlossing moet op ons telkens den indruk maken van eerst na den zondeval te zijn geformeerd. Ook al weten we het tegendeel,
op,
toch alsof
telkens weer uit onze ziel de populaire voorstelling Almachtig na den zondeval, zijn schepping verstoord
klimt
God
en zijn plan mislukt ziende, toen eerst in ontferming opwaakte en een reddingsplan, een raad des heils, een besluit ter begenadiging bij zichzelf besloten heeft. Het is een der donkerste schaduwen door de zonde over het bewustzijn onzer ziel geworpen, dat we, onzes ondanks, den oorsprong van ons heil niet achter den val in zonde kunnen terugbrengen. Ook al zegt de gedachte aan God ons, dat we hier niet mogen blijven staan, ook al heeft Gods heilig Woord ons andere dingen geopenbaard, ook al werden we door de tucht des Heiligen Geestes allengs eer van het tegendeel overtuigd, ja, al kon ook onze soms instemmen in het hooge lied des lofs, dat voor Gods ziel eeuwige verkiezing en voor zijn eeuwig welbehagen, nu reeds daarboven en eens door geheel zijn schepping wordt aangeheven, toch blijven we ootmoedig erkennen, dat óns denken, óns begrijpen, óns voorstellen niet achter het staketsel van den zondeval kan doordringen en dus nooit de lijn van Gods gedachten bij haar doorgang door de zonde volgen kan. Waarlijk, de ernstige belijdenis van den eeuwigen oorsprong onzes heils ligt niet in een gedachteloos henenglijden over de beletselen der ergernis, die uit de diepte der consciëntie, door schuldbesef en verantwoordelijkheid, zich telkens tusschen ons en onzen God stellen. Veeleer schade zoudt ge uwer ziele doen, zoo ge al ware het slechts het geringste hiervan verdooven en onvoeliets, baar maken wildet. Wilt ge voor het mysterie van het eeuwig heilige ook bij „Yerkiezing" en „Welbehagen" u in aanbidding nederbuigen, kwel dan het geweten niet, maar verneder uzelven en erken juist daarin het schreiend ellendige der zonde, dat ze u den klaren vollen blik op deze majesteit der genade in dit lichaam des doods niet gunt. Beide moet dus even onvoorwaardelijk toegestemd. Gij kunt met iiw denken, met uw peinzen, met de gegevens, die ge aan uzelven ontleent, nooit achter uwen zondeval in Adam doordringen, en de eerste oorzaak van Gods ontferming zal dus door u steeds aan deze Maar ook: gij hebt te zijde van dien zondeval worden gezocht. erkennen, dat, al kunt gij dit niet anders zien, al moet gij het zien gelijk gij het ziet, het toch gezichtsbedrog zijn moet. Om niet maar „Ontferming" maar Goddelijke Ontferming, ontferming uws Gods, naar u te voelen uitgaan, moet ze het stempel van het Goddelijke dragen en dus uit een eeuwige diepte naar u opwellen, uit een eeuwig verleden naar u toe vloeien, en zich reeds naar uw ziel toe
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's