Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 188

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 188

2 minuten leestijd

174 uitdrukking

(Ie

Dat

stralen.

van

een

hemelsche

licht is niet schel,

heerlijkheid

maar zacht;

ook

uw

flikkert niet,

ommaar doet

gelatit

weldadig aan. Die tonge vuurs op een iegelijk van ons, het zou de heerlijkste prediking van Gods teeder erbarmen zijn. De zalige voorbo ook van een sterven eens in zalige lichtglansen. Een Thabor uw stervenssponde, voor den uitgang naar het hemelsch Jeruzalem door de donkere poorte des doods.

LX. i|tj

3eïf tai^t taat in

öen men^cïi taa^*

Hij had niet van noode, dat iemand getuigen zou van den mensch, want hij zelf wist wat in den mensch was. Joh. 2 25. :

Een

iegelijk

heeft

den mond

vol over zelfkennis,

menschenkennis,

karakterkennis!

Want onder alle wezens en voorwerpen, waarmee komen, zijn de menschen uit den aard der zaak van menschen hangen we af; met menschen altijd het belangrijkst; hebben we te leven, te arbeiden, te worstelen; bovendien we zijn Dat

we

is

in

zelf

natuurlijk.

aanraking

mensch.

wonder dus, dat men én in oude dagen én in onze eeuw aan menschenkennis gehecht heeft en steeds lof en invloed overhad voor den schranderen kenner, die het 't verst in menschenkennis had gebracht. En toch vordert men, met wal in de wereld voor menschenkennis doorgaat, nog maar bitter weinig. Daarmee bedoelt en daaronder verstaat men namelijk meestal en bijna uitsluitend de kunst, om uit iemands gelaatstrekken, verschijning en gedraging zijn bijzondere hebbelijkheden op te maken; zijn zwakke te leeren kennen; te weten, hoe men hem aan moet vatten, om zij van hem gedaan te krijgen, wat men in het zin heeft; i. e. w. zijn eigenaardige gesteldheid van karakter op te sporen, te doorzien en zoo lang te bestudeeren, dat men haast met zekerheid vooruit zeggen kan, wat zoo iemand in dit en dat geval doen zal. Menschenkennis dus uitsluitend in den dienst der sluwheid, der berekening of der voorzichtige wijsheid; met geen andere dan aardsche op niets uitgaande dan op de kunst om doeleinden voor oogen menschen bij den toom om te leiden.

Geen

steeds

veel

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 188

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's