Dat de genade particulier is - pagina 220
aio
Van
dit
In Eom.
Schriftwoord kunnen we dus ten minste afstappen. 32 staat de particuliere genade sterk beleden, en be8 :
streden gansclielijk niet.
Voorts verwijst men ons naar 2 Cor. 5 15, waar staat: „Want de liefde van Christus dringt ons, als die dit oordeelen, dat indien één voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En hij is voor allen gestorven, opdat degenen die leven niet meer zich zelven zouden leven, maar dien die voor hen gestorven en opgewekt is." En ook van deze Schriftplaats waant men, dat ze te klaar en te duidelijk, om er nog over te twisten, ja om er nog een woord over verliezen, de universeele strekking van den zoendood des Heeren te :
uitspreekt.
Toch apostels
ook hier bij eenigszins nauwkeurige ontleding van des woorden spoedig blijken, hoezeer ten onrechte aldus wordt
zal
geoordeeld.
Waarvan toch handelt de apostel? Is er hier sprake van of de Christus voor velen of voor weinigen of voor allen stierf? In het allerminste niet. Er is uitsluitend sprake van de zedelijke gevolgen die er voor iemand uit voortvloeien, indien een ander voor hem en in zijn plaats
sterft.
Christus stierf niet voor zich zelf, maar voor anderen; en dit nu heeft ten gevolge, dat degenen voor wie de Heere stierf, geacht worden in en met Hem gestorven te zijn; zóódat ze van nu aan, niet meer voor zich zelyen leven, maar voor diengene die voor hen in den dood ging. Nu is de vraag: Geldt dit slechts voor enkelen? En hierop luidt het antwoord: Neen, en nogmaals neen. Dit gaat door voor heel den kring van die allen voor wie Jezus is gestorven. In den geheelen kring der ideëele gemeente, is het de Christus die voor deze allen in
den dood ging. Hieruit mag dus het gevolg getrokken, dat in de gemeente van Christus een iegelijk aan zichzelven gestorven dient te zijn, en dat een iegelijk door de liefde Christi dient gedrongen te worden, om te leven voor dien Herder zijner ziele, die voor hem gestorven en opgewekt is. Ook hier geldt dus weer geheel hetzelfde wat we bij Rom. 8 32 vonden, namelijk, dat men in een brief van „allen" sprekende, in den regel uitsluitend te denken heeft aan hen, die in zulk een brief worden toegesproken of van wie in zulk een brief sprake is. Ook de brief aan de Corinthiërs nu is niet aan „tnenschen als zoodanig", maar aan „de gemeente Christi" onder de Corinthiërs gericht. Wordt er in dezen brief zonder nadere bepaling van „allen" gesproken, dan gebiedt dus reeds het gezond verstand, dat dit alleen :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's