Honig uit den rotssteen - pagina 306
!
;
293
met de vergadering der uitverkorenen blijft, die nog op aarde Dus ook met ii, zoo ge in die vergadering besloten zijt. Mits maar, en dat beding mag nooit losgelaten, mits het maar alles van Jezus uit is gerekend, en' er nooit een ziekelijk pogen bij u insluipe om bulten Jezus om uw aardschen omgang met uw dooden voort te zetten. Dat kwame de eere Gods te na! Er is na den dood dus een „afzijn van de zonde", een „innig bij Jezus zijn", een „zijn in gemeenschap met de schare die niemand tellen kan"; maar er is nog geen opstanding. schap
vertoeft.
Voortleven en opstaan zijn twee geheel verschillende zaken.
Toen Jezus Vrijdagavond aan het kruis stierf, hield hij niet op te bestaan, maar leefde hij voort, dien avond en den ganscheu Zaterdag en toch eerst. Zondagmorgen stond hij op. En zoo ook, als er een kind Gods onder ons sterft, die houdt niet op na er
dood; die leeft wel voort, al dien tijd, die maar hij stond daarom nog niet op. Opstaan zullen de kinderen Gods dan pas, als het einde der wereld is, als het oordeel komt en Jezus neerdaalt op de wolken. „Een iegelijk in zijne orde: de eersteling Christus, daarna die van te
bestaan
zijn sterven
al
is
verliep
hij ;
Christus zijn, //* zijne toekomst."" Al dien voorafgaanden tijd rusten ze dus in hun graven; «waar dan ook dat graf hun, al ware het in de diepte van den afgrond, of in het ingewand van een zeemonster, of in den rook der vlammen, bereid
zij.
en Eva, Abel en Seth zijn nóg niet opgestaan, en zoowel David met Jesa-ia, als Petrus met Johannes, beiden nu nog, met al Gods vroeg gestorven kinderen, den dag van hun verrijzenis. Die dag van verrijzenis zal een dag van hooge glorie zijn En dien dag beleven we eens, indien we uit God zijn geboren, met al Gods kinderen tegelijk.
Adam
Opstaan is in het zichthare opstaan. Opstaan met ons lichaaon. Niet maar een persoonlijk voortbestaan hebben, maar eindelijk, eindezien komen wat de kerk alle eeuwen door beleed in de wederlijk opstanding des vleesches. Zooals een onzer vrome vaderen, die veel tulpen gepoot had, het beschreef: „Als ik sterf ben ik een tulp die weer in zijn bol terugkruipt, en in de opstanding schiet ik uit dienzelfden bol dan veel heerlijker uit."
Of
liever nog,
wie kent niet Paulus' zooveel heerlijker beschrijving
van het bloote graan, dat in het lijk gezaaid wordt en het geestelijke lichaam der eere, dat uit die kiem eens zal ontluiken? Dit nu is een diep mysterie! Een hope waarop we sterven, om misschien nog eeuwen op de vervulling te wachten. De heilige apostel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's