Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 81

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 81

3 minuten leestijd

67'

gevonden en zeldzaam is maar wel terdege zoo uitnemend heerlijks, schoons en edels in

schaars, zoo spaarzamelijk

overmits zichzelf

dat

goud

iets

;

is.

goud nu zegt God de Heere: „Dat is mijne; dat maak kunt gij, o, menschenkind, niet voortbrengen. Al wat Ik u gun is, dut ge het door Mij u geschonken goud verwerkt. Hetzij door het in kunstigen vorm te gieten of keurig te smeden, opdat de pracht er te beter van uitkome en het tot sieraad in mijn tempel verwerkt in nog edeler zin, door er de kunst der liefde zij hetzij uit te tüüveren, en er wonderen meê te doen van barmhartigheid.

En van

Ik j

zoo

dat

iets

;

En wil het schepsel daar nu aan? Och, vraag het maar aan de middeleeuwen, waarin de schranderste koppen hun kracht verspilden aan de alclnjmic, d. i. juist aan de kunst, om goud te laten maken door een mrnsch. Door een mensch wat God aan zichzelf had voorbehouden. Echt beeld te laten doen dier Roomsche middeleeuwen, toen in een zelf namaken van het goud der verzoening al de doling van Christi kerk bestond. Daaaom is al dit pogen der alchyraie, d. i. der goudmakerskunst, door God beschaamd en te schande gemaakt. Het kon niet lukken om wat er in Haggai 2 9 stond: „Mijne is het zilver en mijne is het goud, spreekt de Heere der heirscharen." En zoo dikwijls het schepsel weer inzien moet wat hij kan, wijst God hem in zijn Woord terug naar Babels torenbouw, toen hij tichels streek voor leem en steenen bakte, om een torenspits in de wolken op te steken, die God met één slag terneerwierp en verdeed. Of wilt ge, naar den ticheloven van Egypte, toen al het volk Gods zijn edelste krachten in het vormen van het leem verteerde en in het bakken van muursteenen verspillen moest. En wilt ge nu diep en grondig al het nietige van dien steen voelen dien de mensch dan, ja, maken kan, zie dan eens, wat die gebakken steen, die straks tot puin verstuift, te zeggen heeft bij het graniet van (ïods eeuwige rotsbergen vraag dan, meer nog, wat er van dien steen overblijft, als God roept: „Hier, o, mensch, zijn mijn steenen," en dan uitstrooit, dat het fonkelt en liet schittert in uw oogen, zijn smaragd, zijn saffier, zijn diamant en zijn robijn :

;

!

Steekt daar niet een les in ? En gaat de les, die daarin steekt, niet door op elk gebied des levens? Is er ook in het genie, in den kunstzin, in het denken, in de wilskracht, in het karakter, in de streving naar deugd en naar god-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 81

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's