Honig uit den rotssteen - pagina 319
805
En
wie zou het dan nog uit en klagers, die altoos modderigen kuil of ook in kuilen En zoo voedt men de jeugd dan
klank.
en
zuchters
;
het
prettig geloof;
kunnen houden,
bij
in den kuil zitten;
die steuners liefst
in den
zonder water. op in het luidruchtig geloof;
in het zangerig geloof;
in
vroolijk tot overvroolijk-
en leert ze dus die zwartgalligen haten, die anderen, die heid toe naargeestigen verfoeien; er moest gelachen worden en niet getreiird; gejubeld en niet geweend; en, o, zoo lief Christelijk, heet het dan: „Kinderen, leent toch nooit het oor aan die huichelende Farizeën!" ;
Toch
blijve
Omdat
men
altoos geestelijk onderscheiden.
moet ijveren tegen dat vergulde, gemaakt frissche, overvroolijke Christendom, daarom is elk „naargeestig mensch" nog geen „treurige Zions." Het onderscheid daartusschen kunt ge wel afnemen van menschelijken
ieder
ernstig Christen
rouw.
Den éénen
keer
vindt
ge
een
weduwe
die hartstochtelijk in de
wanhoop van haar rouw uitbreekt, maar nog eer het jaar om is haar rouwkleed benauwend vindt, en, nog in den rouw, reeds weer te spreken
is
over nieuwe huwelijksbanden.
Maar een ander keer vindt ge een kalme vrouw,
in wier smart wier tranen niet dan schaars perelen, en die soms met een hemelschen lach om de lippen toch zoo innig diep treurt in de ziel, om hem dien ze verloor. En zie, over tien jaren vindt ge dat nog zoo. Nog altoos denzelfden teederen engelenlach met nog altoos even kalme rouwe. Bet dooreen gemengeld. En dat nu doet zich bij de „treurigen Zions" ook zoo voor. Temperament en melancholie missen op zichzelf elk geestelijk karakter. Bleekheid van gelaat heeft niets heiligs in zich. En een temerige stem zult ge bij Gods echte kinderen zelfs zelden vinden. Ze zijn geen „huilebalken", die op commando of voor geld huilen. vertoon is het hun niet te doen. Op etfect te werken vinden ze verachtelijk. Slechts de kenner kan hun smart merken. Aan een iets
sprakeloos
is,
Om
vreemde geven ze hun hart geen lucht. Eer integendeel zullen de „treurigen Zions" op een gewoon mensch den indruk maken van betamelijke opgeruimdheid, van kalme vergenoeging en heiliger, hooger vrede.
Soms een gaat.
geestelijke feestdag, dat de kalmte zelfs in jubelen overgeestelijke boetedagen, van bitteren rouw, als de Heere
Ook wel
God, hun Vader in de hemelen, door hem of door hun kinderen weer bedroefd werd. Maar die beide als uitzondering, en in het gewone leven die kalme, stille, rustige toon, zonder dat overspannene en overfrissche der II
20
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's