Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 49

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 49

2 minuten leestijd

!

36

XIII.

(Opbat bc gcnabc te niccrbcr luarbc!

Wat zullen wij dan zeggen zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder :

worde?

Rom. 6:1.

Telkens, telkens duikt vooral in vrome kringen de oude vraag van Is zonde toch niet eigenlijk de weg, om in genade Paulus weer op gebaad te worden? Vreeselijke, ontzettende, schrikkelijke vraag; en die toch soms maar na, zeer na, aan het hart van Gods kinderen komt, terwijl ze al te voor den opper vlakkigen Christen nooit een verzoeking kan zijn. Maar voor Gods kinderen, ja, voor die is zulk een vraag, in sommige perioden van hun geloofsleven, wel terdege een verzoeking, en het bevreemdde mij dan ook niet, toen ik nog onlangs van een vromen kring in de hoofdstad hoorde, waar die vraag weer door den verzoeker der zielen in het midden was geworpen. :

Want zie toch Als er geen zonde in de wereld was gekomen, zou de eeuwige ontferming en de rijkdom van Gods barmhartigheden immers ten deele voor eeuwig verborgen zijn gebleven. Als wij zelf niet in zonde ontvangen en geboren waren geweest, zou nooit onze ziel het zoet der verbrijzeling noch het zalig heerlijk der begenadiging gekend hebben. Als Jezus geen zondaren had gevonden, zou de Christus Consalator eeuwig schuil zijn gebleven, en wel de Koning in zijn schoonheid schitteren, maar zouden nooit de voeten van den Heiland met tranen zijn natgemaakt en afgedroogd met de eigen haren. En wat meer nog zegt, ook als men de kinderen Gods en de eigengerechtige lieden vergelijkt, wie kan dan ontkennen, dat juist een afglijden in paden der zonden voor den val, zoo vaak prikkel is geweest, om op te staan en tot den Vader te gaan en te zeggen: „Vader, neem mij aan als een uwer dienstknechten." Wie merkt niet telkens, hoe zelfs onder Gods kinderen degenen, die eerst dieper vielen, daarna het ijverigst, het bezieldst, het warmst terwijl de anderen altijd zoo iets koels en afgemetens aan zich zijn, houden ?

is de diepte van uw schuldwat nog het ergst van al is, ook na uwe bekeering, niet de maatstaf voor de mildheid der genade, die ge indrinkt, en is het niet waar dat nooit dat schuldbesef dieper de ziel schokt en het hart roert en uitdrijft tot smce-

Ja,

besef,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 49

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's