Practijk der godzaligheid - pagina 211
303 geloof niet afgebracht te worden, bij Israël onveranderlijk den vorm aanneemt van een „schuilen in God", een „verwachten van zijn heil", en slechts een enkele maal tot een „verduren van het lijden" komt. Voor Israël ligt de zaligheid nog bijna geheel in het eeuwig welbehagen en dat welbehagen in het Yolzalig Wezen zelf verborgen. Yandaar die gedurige drang der ziel, om afgescheiden van deze aarde,
verhoogd
in
eeuwige liefde en in de verborgenheid van Gods te worden. Yandaar dat verlangen naar het hoog den Eotssteen om in te wonen, naar dat „gedurig bij
de
Wezen opgetrokken vertrek,
U
te
naar
zijn,
verkoelde,
o
dat
God!" weer
smachtend verlangen
Yandaar eindelijk, zoodra verlatenheid het hart opwaken van het verlangen, dat roepen en dat
om
weer den geloofsgrond waar de ziel op rusten te betreden, als we ons zoo uitdrukken mogen, in Gud. Uit alle dichterlijke boeken, uit alle Psalmen, waarin de aangevochten ziel zich uitgiet, ja, uit alle klaagtonen der Profetie, klinkt dan ook altijd datzelfde refrein ons tegen „Wacht op den Heer, gij vromen!" en blijft het heldenantwoord steeds zich zelf gelijk: „Ik blijf den Heer verwachten, mijn ziel wacht ongestoord !" Nu is er ook in de Schriften des Nieuwen Yerbonds wel van zachtmoedigheid en verwachting sprake, maar ten eerste in veel mindere mate, en ten tweede in gewijzigde beteekenis. Zachtmoedig^ heid is in het Nieuwe Testament een zielskracht, die bijna uitsluitend schittert bij de betrekking waarin we tot medegeloovigen staan, die van ons verschillen of ons moeite aandoen. En de verwachting ziet in de Schriften des Nieuwen Yerbonds uiteraard niet op de komst, maar alleen op de wederkomst des Heeren, overmits wat voor Israël nog in de verwachting blonk, voor de Apostelen reeds in de machtige werkelijkheid van kribbe en kruis had geschitterd. Kort samengevat kan het verschil dus in dezer voege omschreven worden. In het Onde Verbond komt de strijd, dien de godvruchtigen te verduren hebben, in de eerste plaats van „de valsche broederen", en moest,
te
vinden,
te voelen,
:
daarom hunnerzijds hoofdzakelijk het kenmerk van zachtmoeToonbeeld van de lijdzaamheid, voor zoover die voorkwam, is niet een vrome in Israël, maar Job in Arabië. De oefening in „lijdzaamheid" voor Israël als volk brak eerst aan in de dagen der Macchabeën, d. i. na de sluiting van den canon des Ouden Yerbonds. Terwijl eindelijk, naar den aard van de bedeeling der schaduwen, het onwrikbaar behouden van zijn geloofsstand, voor Israël meer den vorm had van een „zich versteken in de hutte des Heeren'' en „een verwachten van zijn heil." Omgekeerd treedt in het Nieuwe Yerbond, niet de haat der broederen, maar de verdrukking door den vijand op den voorgrond, en draagt
digheid.
wordt
dienovereenkomstig in de rij der zielskrachten de eerste plaats door de lijdzaamheid ; doelt de „zachtmoedigheid" bijna
ingenomen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's