Het heil ons toekomende - pagina 114
104 op een afg-esloten eenheid wijzen, die bij afwijzing van de uitverkiezing der Gemeente als geheel, volstrekt onverstaanbaar worden. Voorop sta derhalve dat er een uitverkiezing is van het volk Gods onder het Oude en van de Gemeente in het Nieuwe Verbond; een uitverkiezing die niet op de enkele individu's, maar op de Gemeente als geheel betrekking heeft; een uitverkiezing die ten opzichte van enkele leden, die tot deze Gemeente behooren noch voor noch tegen" hun persoonlijke verordineering pleit, en alle eeuwen door onveranen onberouwelijk blijft, hoe die Gemeente ook wegzinke, onder en oordeel ze ook kome, hoezeer ook de individuen die tot haar behooren zich bezondigen door afval van 's Heeren naam. Toch wane niemand dat deze verkiezing het al is, en geheel het leerstuk der uitverkiezing met de roeping der Gemeente uitgeput zou zijn. Er is nog een tweede uitverkiezing, die even stellig en ontwijfelbaar in Jezus' Kerk moet beleden worden de uitverkiezing der derlijk
wat
kastijding
:
enkele j^e^'sonen. Ze was reeds
geopenbaard onder het Oude Verbond en wordt ten opzichte van Jacob en .Jeremia zoo nadrukkelijk en krachtig uitgesproken, dat elke uitlegkunde zichzelve weerlegt, die de persoonlijke uitverkiezing dezer mannen zoekt te loochenen.
En wat Jeremia omtrent zichzelf in naam des Heeren uitspreekt: „Eer Ik u in uw moeders schoot formeerde heb Ik u gekend: Ik heb u liefgehad met eene eeuwige liefde," en wat Maleachi van Jacoh^ getuigt, dat hij reeds in zijn levensoorsprong voorwei-p van Gods onderscheidene liefde was, stelt het feit der persoonlijke uitverkiezing ook voor het Oude Verbond buiten twijfel. Van het Nieuwe Verbond geldt geheel hetzelfde. De Apostelen zijn niet collectief maar persoonlijk uitverkoren, en hij die den Zoon des menschen verraadt, moet in zijn ontzettende daad het woord der Schrift vervullen: „Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij de verzenen opgeheven." Uitdrukkelijk verklaart Jezus: „Ik zeg dit niet van u allen: Ik weet welke Ik uitverkoren heb." Scherpelijk onderscheidt Hij, zeggende, „dat velen geroepen zijn, maar weinigen uitverkoren." Hij profeteert van de ure, dat zelfs de uitverkorenen bijna zouden verleid worden. Paulus wordt in de openbaring aan Ananias in persoonlijken zin, „een uitverkoren vat" genoemd, en zelf getuigt hij, niet van de Gemeente in haar geheel, maar van de enkele personen, dat „die Hij te voren gekend heeft, ook geroepen, gerechtvaardigd en verheerlijkt
Niemand
zijn."
heeft dus het recht het ééne mysterie aan het andere
Men mag
op
de uitverkiezing der Gemeente niet loochenen, om uitsluitend de verkiezing- van enkele personen op den voorgrond te plaatsen, noch ook de verkiezing der met name geroepenen wegcijferen, om de uitverkiezing der Gemeente eenzijdig te doen uitte
offeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's