Honig uit den rotssteen - pagina 16
!
3
„herder over een kudde van menschen? koningen en opperheeren, die „herders der volken ?" Zijn het óók niet de bedienaren van het Woord, die „herders der kerken?" Zijn het ook niet vader en moeder, die „herders van hun kinderen en heel hun gezin?" Ja, „herders," zijn het niet allen, die over menschen gezet en met gezag over menschen bekleed zijn? zij die de verzorgeren van gestichten Hoofdlieden over honderd zaken onzer armen bestellen; onderwijzers op alle scholen; zij ook die de groote kudde der maatschappij leiden door hun invloed, hun V\'ie
is
Zijn het niet de
.
;
;
voorgaan,
hun woord?
En immers ook
bij
die allen
is
het
:
gij de herder, zij de
kudde
en nu in den nacht van Bethlehem God alwetend tot u komend, om ook van u naar waarheid kan te bezien of ook van u even gul, gezegd worden: „En zij hielden de nachtwacht over hunne kudde!" De schaapherder houdt nachtwacht om gewins wil. Deed hij het niet, dan ontstal hem de wolf zijn lammeren. Hij moet wel. Om brood te hebben. Het schaap leeft van het gras, maar hij van zijn schapen.
Dat
dus laag. groep in Bethlehems velden is schilderachtig en boeit. Maar er spreekt geen zedelijke grootheid uit. Groot, rijk, heerlijk wordt de herder dan eerst, als het bij zijn herder-zijn om menschenzielen gaat. Als het weiden van zijn kudde is, niet om er van te trekken, maar om zich te geven. Als het wordt een weiden door zich toe te wijden. Een herder die er zijn leven voor stelt. En sluit nu de koningen, die Gode rekenschap zullen geven, de bedienaren des Woords, die cijnsbaar aan hun Zender zijn, eens buiten uw gedachte, en denkt nu eens alleen aan u zelf. Aan uw herderschap. Aan de u toevertrouwde kudde. Aan de nachtwaken, die gij over die kudde te houden hadt. En nu, hoe getuigt dan de consciëntie in u? Het jaar loopt ten einde. De dagen snellen heen. Geef rekenschap aan uzelven, rekenschap aan uw eigen Wat, wat, broeders en zusters, hebt ge met uw kudde gedaan, ziele. met de kudde, waarvan de Heere tot u gezegd had: „Die vertrouw Ik u toe!" En zeg mij dan, hoe stond het er met u aan toe !" Hieldt gij nachtwacht ? „Nachtwacht," ge weet het wel, dat beduidt niet, of ge 's nachts Dat immers bij het beddeke van uw kranke lievelingen gingt zitten. kunt ge nacht aan nacht doen, dat toch uw lammerkens door den Zulk
staat
een
wolf worden weggesleurd. Neen, de „nacht" is het leven „zonder licht." De levenskring, 'waarin de begenadigden „in het licht van het vriendelijk aanschijn voortwandelen," dat is de dag. En de „nacht," daartegenover staande,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's