De leer der Verbonden - pagina 63
!
53
om
om de levenssfeer van van zulk een catastrophe, van zulk een ontzettend uitbreken van Satans doodende macht, te beveiligen, wat hebben we dan ook hier weer anders te bewonderen, dan een gemeenschappelijk Verbond van God en mensch tegen Satan en zijn macht, dewelke de Dood en de Vernieling is Bij Abraham is de Satan opgetreden in de Kanaanietische macht, die de plek betwist, waar Gods volk een levenssfeer zich vormen moest, en in het „Ik zal u dit land geven, u en uwen zade na m", de zekerheid van bijstand aan den patriarch bezworen, tegen dien Overste der wereld, die de plek, waar het heilige volk bloeien moest, laat bezetten, bezoedelen en ontheiligen door het schandelijkste en schriklijkste volk, waarvan de historie meldt. Evenzoo is het bij het Mozaïsch Verbond de tegenstelling tusschen Israël en de volken, onder welke volken de macht van de duivelen woont, en vanwaar dan ook de gedurige waarschuwingen tegen de duivelskunstenarijen van andere volken; het optreden van Mozes en Farao tegenover de onheilige kunsten der Egyptenaren; alsook de gestadige reinigingen en ontzondigingen, om Israël tegen den smet der heidenen, over wie Satans adem ging, te beveiligen. en God de Heere zich den mensch voortaan
En komen we nu
verbindt,
de aarde,
tegjen herhaling
ten slotte uit deze bedeeling der
Schaduwen in
de bedeeling der Vervulling, merk het op, hoe ook dan weer terstond Satan te voorschijn treedt, hoe het ook dan weer een persoonlijke strijd van Messias tegen den Overste der wereld wordt, hoe Messias getuigt dat hij Satan als een bliksem uit den hemel zag vallen, en hoe na de bevestiging van het nieuwe testament in zijn bloed, al het roepen des apostels in dit ééne is saam te vatten: „^^'ederstaat den Duivel, want we hebben den strijd niet met vleesch en bloed (d. w. z. met onze medemenschen), maar met de geestelijke boosheden in de lucht, d. w. z. met den Duivel en des Duivels heirmacht. En al zou men dus anders nog met schijn van recht kunnen volhouden: „Ik heb geen verbond noodig, de prediking van een belofte is mij genoeg"; door wat we van den gemeensehappelijken vijand thans ontdekten, moet die tegenbedenking geheel vervallen. Wordt men saam door een boosaardige macht aangevallen, dan sluit men tegen dien gemeensehappelijken wederpariijder, tegen dien doodsvijand, tegen dien levenden Satan, ja wel wezenlijk een
Verbond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's