Honig uit den rotssteen - pagina 106
:
92 droeving
fles
Heiligen Geestes
is
over vnv onreinheid
en xiw onheilig
doen? het kruis van uw Heiland, mijn broeder, bij welks aanblik Heere voor dat „ziften van Satan" ons zoo dringend gewaarschuwd heeft; in naam van dat bloed van het onbevlekte Lam, dat alleen macht heeft, om uw vlekken uit te wisschen ja, als van die biddende lippen van onzen Heiligen Hoogepriester, wiens smeeking dusver uw geloof nog terughield van bezwijken; o, door al wat aan de ziele van Gods ingeleide kinderen heilig is, kome daarom ook tot uw ziel de vraag: Hoe d^jfstondt ge dusver de zifting van den Bij
onze
;
Duivel ?
7Aq,
waarschuwt u
hij
het vermoedt.
u
tot
hij
Gij
niet,
eer
hij
ziften gaat.
Hij begint eer
korat, ziet
zijn
toch die schijnbare engel, dat was Satan. En nu, hoe kwam uw hart er meê door? Ge bleeft belijden Natuurlijk, want daar korat Satan allerlaatst aan. Eerst laat hij u onverkort en onverlet al zinnigheid. Anders kon hij geen huichelaar van u maken. !
daarin
zit
gij
wanne, eer gij er op bedacht zijt. Als ge Satan niet, maar een engel des Lichts. En
ligt in
eerst het
uw rechtEn toch,
zijn eenige kans.
gaat het op een boozen kant van uw hart aan. Op kruipende, wriemelende zonden. Niet al te openbaar. Liefst dat niemand het merkt. En komt er iets van uit, dan een heel stel van verdichtselen, om wel te doen uitkomen, dat dit hij u iets anders dan bij een ander was; bij u er wel door kon; zoo samenhing met uw gestel ja, eigenlijk nog goed door u bedoeld was. En ontwaakt dan soms de consciëntie, dan fluistert Satan u in „o, Dat komt daar vandaan, dat ge al die anderen nog voor zooveel beter houdt. Maar die zeggen het ook niet. Als ge alles van ze wist, zoudt ge zelf toestemmen, dat het met u volstrekt zoo erg nog niet is." En blijft het toch onrustig, dan verleidt hij u om geloften te doen,
En dan
;
volgende week al breekt. En baat het nog niet, dan u zelf in, dat ge om in den hemel te komen, toch beter u moet aanstellen; u aldus werpende op werkheiligheid en u afbrengende van den eenigen Borg. En onder dat alles door sluipt de leugen in uw ziel; wordt ge een onware meusch kleeft ge aan zonde, wereld en duivel in plaats van aan uw Verlosser; en het einde is, dat het wassen in Christus uit heeft, en ge vreemd wordt aan uw eigen hart; en de gebeden uitgehold en ledig raken; en de gloed een valsch blosje is; .... tot .... ja .. tot eindelijk het eenige offer korat, dat Gode behagen kan, en ge een walge voor uzelven wordt en ge met „een verslagen geest en een die
ge
fluistert
een hij
;
verbrijzelde ziel" weer in het stof voor
uw God
neervalt, en Hij zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's