Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dat de genade particulier is - pagina 230

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dat de genade particulier is - pagina 230

2 minuten leestijd

220 Zie toch, ook bijaldien we ons nu eens op Universalistisch standpunt plaatsen, en eens aannemen, dat de genade op alle individuen doelt, dan hebt ge immers, naar het aantal, nog niets hoegenaamd, om te laten overvloeien. Want, stelt ge dan b. v, het aantal menschen over wie door ééne overtreding de schuld kwam op één millioen myriaden, dan krijgt ge: dat dus ook het aantal menschen over wie door ééne gehoorzaamheid de genade komt, juist ook één millioen myriaden bedraagt. En hoe zou men nu ooit met gezonde zinnen zeggen kunnen, dat één millioen myriaden veel meer overvloedig is dan juist even zooveel?

Immers

dit weerlegt zichzelf.

VII.

ROMEINEN X

:

11-13.

Eenzelfde is Heere van allen; over allen, die Hem aanroepen.

Rom.

rijk zijnde

10

:

12.

moet uit Schrift verklaard. Wil ik dus weten, in welken de Heilige Schrift zulke plaatsen, waar „allen" en „een iegelijk" in voorkomt, verstaat, dan mag ik dit niet maar zoo uit mij zelven verzinnen of uit het taalgebruik van anderen afleiden; maar dan ben ik verplicht en gehouden, om in de Schrift zelve na te gaan, of zij ook ergens klaar en duidelijk den zin aanduidt, waarin zij zulke zegswijzen bedoeld heeft. Die eer bewijst men reeds aan gewone schrijvers. Zoo legt ieder wetenschappelijk man Plato en Cicero uit. En in hoeveel hoogere mate zijn we zulk eerbetoon dan wel niet aan het Woord Gods verschuldigd? Passen we dit nu op het onderhavig geval toe, dan kan er geen quaestie over bestaan, of we hebben ons te wenden tot Eom. 10 II, 12 en 13. Iets wat te gelukkiger is, wijl men zich juist op Paulus' brieven het meest en liefst tegen ons beroept en dan nu uit Paulus' eigen mond hooren kan, hoe hij zulk een uitlating over „allen" en „een iegelijk" gemeend heeft, voor zoover er geen nadere aanduiding spreekt uit het verband. 11 In Eom. 10 13 lezen we dit: Schrift

zin

:

:

legelyk, die in hem gelooft, die zal niet beschaamd worden. geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek want eenzelfde is Heere van allen, ryk zynde over allen, die hem aanroepen. "Want een iegelijk, die den naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden." ,.De Schrift zegt:

Want

er

is

Een

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Dat de genade particulier is - pagina 230

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's