Dat de genade particulier is - pagina 127
117 oorsprong neemt, betuigt Jezus onomwonden, waar hij tot de Samaritaansche vrouw zegt: „De zaligheid is uit de Joden!" (4:22), en evenzoo waar hij in hetzelfde gesprek, vlak vooraf, zich persoonlijk met de Joden vereenzelvigt; als hij zegt: „Wij, d. i. de Joden, aanbidden wat wij weten, gijlieden aanbidt wat gij niet weet." Deze opsluiting van het heil in Israël was intusschen, ook naar luid der berichten van dit Evangelie, niet zóó hermetisch, of ook de heidenen konden, door zich bij Israël aan te sluiten of met Israël in aanraking te komen, hooren van het heil en het heil deelachtig worden, blijkens de gansche ontmoeting die Jezus aan den put van Sichar had. Bovendien zou deze opsluiting van het heil in Israël eerlang een einde nemen, en het heil een genadegift aller volkeren worden. „Vrouwe, de ure komt, wanneer gijlieden noch op dezen berg noch te Jeruzalem den Yader zult aanbidden. De ure komt en is nu, dat de ware aanbidders den Yader aanbidden zullen in geest en waarheid" (4 21, 23). De groote gebeurtenis, waardoor deze ommekeer zou tot stand komen en deze nieuwe toestand ingaan^ zou zijn Jezus' dood. Immers toen de Grieken Jezus in den tempel zochten, ontving Jezus ze nog niet, maar antwoordde aan Andreas en Mlippus „Eerst moet het tarwegraan in de aarde vallen en sterven en dan brengt het veel vrucht voort" (12 24). Terwijl eindelijk deze uitvloeiing van het heil naar de volkeren gevolgd zou worden door de vereenigiug van alle geloovigen tot één nieuw geestelijk volk: „Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; die moet ik ook toebrengen, en het zal worden één kudde en één Herder" (10 16). zijn
:
:
:
:
2o. Dienovereerikomstig strekt zich het doel
slechts tot Israël uit,
maar
van
over en door Israël
Jezus''
tot
zending niet
de wekeld.
Het herstellingswerk, waartoe Christus op aarde komt, rekent af, van Abraham, maar van Adam. De worsteling van Messias toch keert zich niet tegen den demon van Israël, maar tegen „den Overste niet
der wereld"' (14 30), d. i. tegen den „duivel; die was een menschenmoorder van den beginne" (8 44), en niet pas een Jodenmoorder van Abrahams dagen af. Dienovereenkomstig is de Christus dan ook niet tot Israël, maar „in de wereld gezonden" (17 18), en heeft de Yader, niet uitsluitend Israël, maar „de tvereld alzoo lief gehad, dat Hij zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" (3 16). Jezus verklaart dus uitdrukkelijk niet gekomen te zijn, om alleen het oude bondsvolk, maar om „de wereld te behouden" (3 17). En :
:
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's