Honig uit den rotssteen - pagina 76
62 in u tot stand te brengen, dat ge én nederig voor uw God én nochtans in de volle verzekerdheid als één van zijn geliefde kinderen juicht? tijdig blijft
waar dan het geheim schuilt, om dat schijnbaar verzoenen, lees dan eens wat de Heilige Geest in Psalm 121 van de bewaring uwer ziel zegt. Want wat staat daar? maar Dit: dat „de Heere uw Bewaarder is," .... o, zeer zeker, uw Bewaarder, omdat Hij „de Bewaarder van zijn Israël, van zijn en daarin ligt nu van het lichaam zijns Zoons is," gemei'iite,
En
vraagt
tegenstrijdige
ge
te
.
.
.
—
juist het geheimenis.
het zakuurwerk b. v. dat ge op uw gangen en wegen draagt. Daarin zijn tal van radertjes en spilletjes, van schroefjes veertjes, van moertjes en pinnetjes, en dat geheele samenstel be-
Denk aan met u en waart
ge op het allerzorgvuldigst, in goud of in zilver gevat, dat er geen stofje in kome. Ge bewaart het geheel, en in dat geheel dus ook elk klein, nietig, onbeduidend pinnetje of schroefje, maar ge doet dat niet overmits dat stalen pinnetje op zichzelf eenige waarde zou hebben, maar in en om het (/i'heel. Zoo'n pinnetje, uit het uurwerk genomen, zou aan staal geen tiende van een duit waard zijn, en dus al zeer nederig geschat worden; en toch dekt gij ook dat nietig pinnetje met goud en bewaart het met de allernauwkeurigste zorg; niet óm dat pinnetje, maar omdat het samenstel van het uurwerk nu eenmaal zoodanig is, dat er niet het
zelfs
kan ontbreken.
allergeringste in
dus op zichzelf het weggooien nauwelijks waard, het in het verband met het geheel van even wezenlijke beteekenis als de robijn waar de spil op loopt. Ja, zóó veel hangt ook van dat pinnetje voor het geheel af, dat de maker het er met niet wijl het waarde had, de grootste zorg voo" heeft uitverkoren
Dat pinnetje maar niettemin
is
is
;
maar
om
waarde
En
het,
dóór
zijn
uitverkiezing
en
plaatsing
in het geheel,
te geven.
nu is het met u en met het Israël Gods. Gods, de gemeente, het lichaam des Zoons, is, als ik zoo zeggen mag, een kunstig in elkaar gezet uurwerk, dat in zijn levenstik den polsslag aangeeft der goddelijke Barmhartigheid. En ook in dat uurwerk zijn nu een onnoemelijk aantal kleine instrumenten, die we geloovigen noemen, en die in dat samenstel geheel dezelfde plaats innemen, die in een uurwerk worden ingenomen door al die radertjes en veertjes, die spilletjes en pinnetjes. Ook gij zijt dus in dat wondere samenstel der gemeente Gods niets Dat
precies evenzóó Israël
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's