Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 154

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 154

2 minuten leestijd

!

!

140 En, heiligen

wat we ook niet gering naam minder gruwelijk

tellen,

dat de lastering van

's

Heeren

is.

Maar wat beteekent

dit kleine goed tegenover het doodelijk gevaar ? dat de haat dien we tegen God en zijn Woord in het hart hebben, achter dien mantel vrij spel heeft, voortwoekert, onder de verleidelijkste vormen zich als „liefde voor God" voordoet, en eindigt met én ons hart te moorden, én gif in onze omgeving te

Dit

gevaar,

spreiden, én heel de toekomst voor eigen kroost en volk te verderven. Zie, die Jerobeamsmantel bedekt altijd iets schandelijks. Maar nu kunt ge het bedekken van dat schandelijke uit twee zeer verschillende oorzaken willen, óf opdat men dat schandelijke niet van

u

zie,

óf opdat dat schandelijke ongehinderd achter dien mantel

kunne

voortgisten.

En

dat laatste

Een mantel

En

nu komt

bedekt,

bij

het eerste altijd

bij

maar een mantel koestert ook het kwaad.

in dat koesteren daarin ligt het schrikkelijke.

maar aan Jerobeam Een Achab, vlak na Salomo's dood ware minder gevaarlijk geweest. Maar .Jerobeam „met zijn mantel," dat is voor Israël het wiegelied, Zie het

de slaapdrank, de tooverzang van den „Verleider." En Jerobeams volk sliep in. In dien slaap zonk het weg.

En als

de

niet Achab,

man

maar Jerobeam

staat in

Gods Woord aangeschreven

die over Israël het oordeel der verdoemenis van zijn

God

heeft gebracht,

Jerobeam, de zoon van Nebat, is de man „die zelf zondigde en Israël deed zondigen. En als in 2 Kon. 17 door God de rekening tegen het afvallige Israël wordt opgemaakt, heet het in heiligen toorn, dat het ten doem gaat: „Want dat de kinderen Israëls de zaken, dit niet recht zijn, tegen den Heere hunnen God, hadden bemanteld!"

De man met den mantel Broeders,

dagen ? In

doet

uw

hij

huis

?

heeft het toen gedaan.

het niet

Ook

nog?

niet in

uw

Ook

in ons land? eigen hart ?

Ook

in onze

Werpt hem dan toch weg, wat ik u bij God mag bidden, die o. schoone phrase die u belet uw schuld voor God te zien. Die mantel, die mantel Hij is voor Gods volk de vloek. !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 154

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's