Dat de genade particulier is - pagina 164
154 van B op 60, van C op 70, enz. mochten schatten, en eindelijk, zonden van allen die ten leven komen op een totaal van tien millioen konden uitcijferen, dan zou dit er naar hun stelsel op neerkomen, dat, zeggen we, de Heere Jezus dan ook tien millioen aan strafaequivalent heeft betaald; niets meer; niets minder. Hieruit immers zou dan voortvloeien, dat indien, behalve de uitverkorenen, ook nog zekere persoon X of IJ zalig wilde worden, en men het wicht zijner zonden op b. v. 100 stelt, Christus dan, om óók dezen mensch te verlossen, tien millioen plus honderd aan strafaequivalent had moeten voldoen. Waaruit dan volgen zou, gelijk men terecht inziet, dat elk verworpene of wie niet ten leven komt, vrij van het bloed Christi zou zijn, overmits immers het aequivalent voor zijn zonden in het rantsoen 50,
de
niet in zat.
rekenkunstige, oppervlakkige en ongeestelijke ten ernstigste in verzet; verwerpen haar met volle bewustheid; en bestrijden haar uit plichtsbesef. Neen, wij menschen staan niet als losse palen naast elkander, zoodat de zonden van den één geheel los zouden zijn van de zonde en de schuld des anderen. Maar gansch omgekeerd is gansch het menschelijk geslacht uit éénen bloede en alzoo vormend één stam, waaraan de volken en natiën als takken zijn, en de enkele personen als blade-
Tegen deze
voorstelling
nii
gansche
komen we
ren aan de twijgen. Vandaar dat ons geestelijk leven dan ook niet geïsoleerd is, maar het geestelijk leven van alle natiën en personen met elkaar in oorspronkelijk verband staat; of gelijk men het thans pleegt uit te drukken: in band ligt van solidariteit. Dit uitnemend beseffende en uit Gods Woord erkennende heeft de gezuiverde of gereformeerde kerk dan ook steeds beleden, dat allen in Adam gevallen zijn en dat Adams schuld aan alle kinderen der menschen wordt toegerekend. Even wonderlijk toegerekend Adams schuld aan allen die van Adam zijn, als Jezus* gerechtigheid aan allen die hém toebehooren. En dat wel beide malen door een toerekening die niet in de volgelingen haar grond vindt, maar uitsluitend in hun hoofd. Er is toerekening van Jezus' onschuld, niet dewijl gerechtigheid in de verlosten is; maar ze ontvangen die gerechtigheid, omdat de onschuld hun toegerekend wordt. En zoo ook de toerekening van Adams schuld heeft plaats, niet dewijl er ongerechtigheid in het
maar de erfzonde komt in het embryo '), omdat Adams is, schuld hem was toegerekend. Of ook anders gezegd, de toerekening grondt zich niet op eenig kwaad of goed dat aanwezig zou zijn, maar uitsluitend op den levensband die alle mensch aan Adam en alle kind Gods aan Jezus verbindt. embryo
')
Kind
in
's
moeders schoot.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's