Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 177

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 177

3 minuten leestijd

163

Het „geloof in ons", dat is het zetten in ons van een nieuwe, heilige macht die Messias vastgrijpt, op God toewerkt en den Heiligen Geest niet kan loslaten, en die daardoor regelrecht en vierkant komt te staan tegenover al de booze, zondige en onheilige begeerten, die in ons opwellen. Gelooven en hegeeren dat zijn de scherpe instrumenten, waarmee het in dien strijd geschiedt. Eerst was er alles één hegeeren. Toen riep de wet: „Gij zult niet begeeren!" Maar gij liet het niet. Integendeel, dat begeeren prikkeldet ge al meer aan, steeds nieuw voedsel gevende aan het vuur dat onder die begeerte brandde. En zoo bleef het, totdat God het geloof in u schiep. En het geloof zie, iets tegenovergestelds iets dat tegen het dat was nu iets anders hegeeren inging; en zoo, zoo ontstond in u de geestelijke strijd. Die strijd bestaat dus niet daarin, dat het hegeeren nu ophield en het geloof er voor in de plaats kwam. Dan toch ware er geen geestelijke strijd geweest. Neen, maar het begeeren bleef al doorgaan; werd eer nog sterker dan het geweest was; en juist dat gaf het innerlijk worstelen; het zich verbazen uwer ziel; de benauwdheid des harten. Nu was het niet Satan die begeerde, maar gij die begeerdet; en niet de Heilige Geest die in en voor u geloofde, maar gij die geloofdet. Het is zoo, het begeeren kwam niet uit u zelf. Satan wrocht het in u. Maar ook zoo was de vrucht toch, dat gij zelf, gij persoonlijk, gij met uw ik de begeerende persoon waart. En evenzoo, wel hebt ge het geloof niet uit u zelf. De Heilige Geest werkt het in u. Maar ook zoo, is het toch de vrucht, dat gij zelf, gij persoonlijk, gij met uw ik de geloovende persoon wierdt. Daarover mag nooit geaarzeld. Dat moet altijd streng vastgehouden: gij begeert en toch gij gelooft; en uit die twee nu, daaruit ontstaat de verborgen zielsstrijd; een strijd niet in uw werken, niet in uw levenskring, zelfs niet in uw gemoed, neen, maar in dat allerverborgenste en allerinnerlijkste, wat David in Ps. 51 noemt „het binnenste van mij" (vernieuw in het binnenste vun mij eenen vasten geest); en wat wij veelal noemen ons eigen ik Daarin schuilt het mysterie. Dat ik is dood; want Paulus zegt: „niet meer ik leef; en toch dat ik kwam tot het heerlijkst leven; want dezelfde heilige apostel voegt er aan toe: „Hetgeen ik nu leef, dat leef ik door het geloof in den Zoon ;

;

van God."

Nu

er van uit die binnenste kern van dat ik een werking de deelen van ons zielsbestaan een werking op onze i-erheelding, een werking op ons gevoel, een werking op onzen wil. En datgene nu, waardoor ons ik die werking op verbeelding, gevoel en wil doet uitgaan, dat is onze geest, de geest van onzen mensch in ons. Die geest deelt dus in den strijd van ons Ik, uit die mystieke slingering tusschen begeeren en gelooven gaat op dezen onzen geest tweeërlei vlak tegenovergestelde werking uit. Is er in ons ik geloofswerking, welnu dan deelt die geloofskracht terstond een heilige werking uit

op

gaat al

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 177

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's