Honig uit den rotssteen - pagina 87
!
!
!
73
Zoo teeder dus, als het maar kon. Niet: „De Jeruzalemmers" hebzichzelven bij de zondestad insluitend. ben gezondigd, maar „ivij" Met de overtreders gaande liggen op eenzelfden hoop En dan toch afgewezen; toch teruggedreven; schier daarover dat hij bidden dorst bestraft! o, Mijn lezer, zoudt ge het in .Icremiauiet begrepen hebben, als hij -na zulk een antwoord van (ïod te hebben ontvangen, schier als een verademing geroepen had: „Dat Jeruzalem dan verga! De Heere heeft mij gewroken!"
—
En zijn
God
zoo zou Jeremia ook geroepen hebben, als hij zelf meester van lippen was geweest. Maar ziehier nu waarom wij een drieëenuj belijden. Niet slechts den Vader en den Zoon, maar ook den
Heilir/en Geest. o. Och, dat noemen de oningewijden een onvruchtbaar dogme God, en het is immers de heerlijkste waarheid in uw Wezen, uw volzalige openbaring, de troost mijner ziel !
Mijn
Zie het hier
dan nu zijn Verbondsgod
beleedigd, en die God kan alleen onder dat toornen van Jehova, trekt de Heilige Geest Jeremia's ziel binnen, met een gebed dat uit Jeremia's hart nooit zou zijn opgeklommen, en alleen komen kan van een Geest die zelf God is; en deze Geest vervrij moedigt hem nii, onder het worstelen des geloofs, om tegen dat „Gij zult niet bidden in, toch door te bidden, en aldoor te blijven roepen: „En toch, Heere, wachten we op U, want Gij doet al deze dingen!" Voelt ge dan nu wat het is, óók van den Heiligen Geest te belijden dat hij uit God en zelf God is? En was dan het einde niet heerlijk, toen het straks van 's Heeren lippen heette: „Zoo niet uw overblijfsel ten goede zal zijn!" Israël
toornen.
heeft
Maar nu,
En zooals met Jeremia, zoo doet (lod telkens met zijn kinderen. Ze hebben dan geloof, overgeloof zelfs, en met dat overgeloof roepen ze op hoogen toon, zoo het heet vóór (jod, maar dat het eigenlijk*" den Heere een walg is. En dan doet de Heere met hen, wat men in het zwembassin met den pasbeginner doet, dat men hem met het hoofd onder water duwt, zoodat hij niet meer ademen kan en niet anders denkt, of hij stikt en sterft tot de man die er bij is, den jongen dan weer aan zijn haren optrekt, dat hij boven komt, en nu, met geoefende longen, o, zooveel heerlijker, zooveel ruimer dan zooeven ademen kan. Het ademen der ziel nu is het „geloof," en zoo dompelt ook de Heere dan zijn overmoedig kind onder, dat al de baren en golven des Almachtigen over hem heengaan. En dan roept dat kind in het ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's