Honig uit den rotssteen - pagina 257
248
Maar weer
gaat ge weer recht staan;
het
techte
oog
dat
krijgt
ge ook op de uitverkorenen
ze van ondergeschikte beteekenis zijn;
en
komt ge dus weer in te zien en te erkennen, dat God bovenal is en zijns Naams eer dus de éénige maatstaf aller dingen dan ontvalt u ;
om
u heen weer gewicht. Ben ik een Vader, zegt de Heere bij Maleachi, waar is dan mijn eere? En ben ik een Heere, waar is dan mijn vreeze? Wat vader nu is er die het zich niet aantrekt, indien zijn kinderen door schandelijk gedrag en ergerlijken wandel zijn goeden naam in opspraak brengen En hoe zou God Almachtig dan onverschillig toezien, indien hier een land en daar een volk is, waarin zijn uitnemendste schepsel het uitnemendste in zich verwoest, zich smadelijk aanstelt en zich die enghartigheid vanzelf en krijgt alles
!
verdierlijkt?
God
God regeert. Hij is ook nu nog, van oogenblik tot de levende en almachtige God, die alle volk en elke stad en elk dorp en elk huis en elk persoon niet maar schiep en tot aanzijn riep, maar ook nu nog draagt, in stand houdt en leven laat door het Woord zijner kracht. Hij alleen, Hijzelf is die rijke, genadige, goedgunstige God, die al die steden en dorpen voedt en onderhoudt, die hun koren groeien doet op den akker, hen bewaart door recht en met de prediking van zijn Woord toekomt. En dan zou het er voor dien God niet op aankomen, hoe het toegaat, wat er uit wordt, of er eere dan wel schandelijkheid woont, als maar 's Heeren volk terecht kwam. Neen, zeg ik u, dat is de orde der dingen omkeeren. Dat is zeggen: God is er om de uitverkorenen, terwijl toch zoo klaarlijk en stellig 's Heeren Woord ons onderwijst, dat én de uitverkorene én alle ander schepsel er alleen maar is en bestaat om Hem. Dat doen bestaan en laten bestaan van alle overig schepsel, vooral van heele volken en natiën, heele steden en vlekken en dorpen, heeft dan toch een doel. Een doel niet alleen voor de toekomst, maar een doel ook voor nu voor den dag van heden voor den tijd waarin we zelf leven; en wat anders zou dat doel dan zijn kunnen, dan dat God de Heere van al die steden en vlekken en dorpen tot zijn leeft.
oogenblik,
;
eer
;
kome?
Kwam
het alleen op de uitverkorenen aan, och desnoods kondt ge dan heel het leven der wereld missen. Om het Woord te prediken is heel die wereld niet noodig. En, eens geraakt, raakt de ziel van de getroffenen toch nooit meer van hun Heilfontein af. Dat die wereld er toch is, met al haar schatten, met al haar rijke levensontplooiing, met al haar natuurpracht en ontwikkeling van menschelijke aangelegenheden heeft dus op zichzelf iets te beduiden voor den Heere. Dat is niet maar speelgoed, waar de goddeloozen zich als bij een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's