Het heil in ons - pagina 25
15 zulk een uitspraak ontbreekt, dan rest ons niet toevlucht te nemen tot verwante Schriftplaatsen, waar evenzeer het feit der toebrenging in tweeën onderscheiden is, en deze beide in éénen adem worden genoemd. Daarom verwezen we allereerst naar Paulus' uitspraak in den brief aan de Ephesiërs. Ontwaken en opstaan worden daarin scherp onderscheiden en tevens is hun volgorde aangewezen. Immers dat het ontwaken niet na het opstaan volgt, maar er aan voorafgaat, behoeft echter,
Blijkt
anders,
dan
dat
onze
geen betoog. slechts de vraag: is ontwaken gelijkluidend met bekeering, met wedergeboorte? Zoo eenvoudig als het schijnt is de beantwoording dezer vraag niet. Men zou geneigd zijn onverwijld het ontwaken met de wedergeboorte, het opstaan met de bekeering gelijk te Maar stellen, en naar onze overtuiging is deze meening ook juist. zonder bedenking is deze gelijkstelling niet. Om dit te doen uitkomen, behoeft slechts aan een niet minder beteekenisvolle uitspraak van een ander Apostel te worden herinnerd. We bedoelen Johannes. Van diens hand toch bezitten we het merkwaardig woord in den aanhef van zijn Evangelie: „Maar zoo velen hem aangenomen hebben, dien heeft hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in zijnen naam gelooven, welke niet uit den bloede noch uit den wil des vleesches noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.'' Is nu, zoo mag men vragen, iemand die den Christus heeft „aangenomen" niet bekeerd? Kan er nog van bekeering sprake zijn, bij iemand die, naar den diepen zin waarin Johannes dit woord bezigt: Blijft
of
naam gelooft? Ons dunkt, niemand aarzelt, die vraag toestemmend te beantwoorden. Maar als dan nu van deze „bekeerden" getuigd wordt, dat „hun macht is gegeven om kinderen Gods te worden,'*'' volgt hieruit dan niet, dat ze nog geen kinderen Gods waren, eerst na hun bekeering hiertoe geraken kunnen, en dus in de ure hunner bekeering nog niet
in zijnen
wedergeboren zijn? Dit zou, het springt in het oog, tot een juist omgekeerde volgorde Eerst zou bekeering moeten plaats grijpen. Daarna eerst van wedergeboorte sprake kunnen zijn. Toch rijmt hiermee weer het slot van Johannes' uitspraak niet. Immers, hij zegt dat men, om kind Gods te worden, in Jezus' naam gelooven moet, maar wat gelooven in Jezus' naam is, omschrijft namelijk, die niet hij voorts, schijnbaar tegenstrijdig, in dezer voege: uit den wil des vleesches, maar uit God geboren zijn. Dit toont, dat een kind Gods te worden en uit God geboren te zijn naar Johannes' bedoeling niet eensluidend zijn. Volgens hem heeft bij den zondaar, die uit den dood overgaat in het leven, drieërlei plaats. Hij wordt ten eerste uit God geboren. leiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's