Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 207

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 207

3 minuten leestijd

!

J98

beden altijd saam de bede om zelj niet met den Satan, maar altoos met de er bij, dat God in zijn genade ook over die andere zielen zich ontferme, die in even bangen strijd bevangen zijn. Beproef daar uw ziele maar aan. Een kind van God kan niet zelfzuchtig zijn, zelfs niet in zijn worstelen tegen de ongerechtigheid van zijn eigen wezen; want een kind van God heeft lief, en in die teedere liefde zal, moet hij ook die broederen en zusteren indachtig zijn, die met hem tegen eenzelfde zonde worstelen. Zijn eigen worstelen tegen die zonde die hem gedurig omringt en telkens verleidt, is geen op zich zelf staand geval. Het is één strijd van dienzelfden Satan tegen al (jods kinderen. En daarom zelf, in de smart zijner ziele wetende, hoe smadelijk, hoe machteloos, hoe tot den dood toe benauwd hij in die worsteling telkens geperst wordt, moet zijn ziel wel in teedere deernis, in innig mededoogen uitgaan naar die velen, van wie hij weet dat ze worstelen gelijk hij worstelt en onder eeuzelfde lijden gebogen gaan als hij. Maar, ondanks onze zoude, is die teedere liefde gesmaakt, ja, dan zegt die bede ook zoo nameloos veel „Eens vrij van ongerechtigheden. !" Zoo doe Hij ook aan mij Zoo doe Hij! Hij moet het doen. Hij alleen kan het. Hij, God, de alleen Almachtige! Want wat zou tegen die verfoeilijk listige, reusachtig sterke, haast onweerstaanbare macht der zonde, wat zou daar ons eigen hart tegen doen kunnen? Ons hart dat zelf gedurig Satans bondgenoot wordt? Ons hart dat telkens op de proef weer zoo zwak, van alle kracht ontbloot, nietig en tot alle goed onbe-

En dau immers

onder bede

te

liggen

die twee

in

den

:

strijd

:

kwaam

bleek?

Neen, Hij moet het doen en daarom gaat ons de ziel uit in een bede, in een vurig, een innig, een schier hartstochtelijk gebed; een gebed niet maar op den klank afgepreveld, neen maar uit de doodsangsten onzer ziel den hemel als ingeworpen, als gedrongen naar den Troon der genade; ware het denkbaar den erbarmenden Ontferraer met de tranen onzer smarte en van ons berouw als gedrukt en gebonden op het hart zijner eeuwige Liefde. En dan komt na het gebed we zeggen niet door of om neen maar na en op het gebed de zalige verhooring. Hoe? In wat vorm? Daarin dat er van binnen in ons hart dan vijandschap gezet wordt. Als God vijandschap in ons zet, o, dan zijn we er. Wat was onze ellende, wat was onze namelooze zwakheid en smaadheid? Dit immers dat we geen vijandschap, geen bittere woede in ons hart tegen de zonde waarnamen. Dat we ja streden tegen de zonde, maar op de manier zooals een meisje zich verzet tegen de liefkozingen van den jongeling, dien ze eigenlijk wel mag. Dat we dus wel streden, maar niet raeenens. Lafhartig! Zonder geestdrift Zonder macht! ;

;

En

dïit

II

nu kan God

;

alleen omzetten. 13

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 207

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's