Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 58

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 58

2 minuten leestijd

44

XVI. HCccft,

nm

boor

j^cn te fiibbcn.

Waarom

hij

maken degenen alzoo

hij altijd

ook volkomenlijk kan zalig die door hem tot God gaan, leeft om voor hen te bidden. Hebr. 7 25. :

In den rep:el hebben de Christenen den mond wondervol over huu eigen bidden; maar wie spreekt er van het „bidden van Jezus!" Met het menschelijk gebed van een zondig schepsel drijft men schier een soort van afgoderij, en begaat soms zelfs de onteederheid en onkieschheid om het, als heel iets bijzonders, aan een en ander te vertellen, dat men voor hem gebeden heeft; maar wie is er onder ons die vervuld is met de overheerlijke gedachte, dat „Jezus voor DUS bidt!" Ik zeg niet, dat er iemand onder ons zou zijn, die dat bidden van Jezus loochent, minacht of niet meêteelt. o, Ik ben er veeleer vast van overtuigd, dat een man van Christelijken geloove „de voorbiddinge Christi" zeer beslistelijk meerekent onder de stukken van Jezus' hoogepriesterlijke bediening in het „heilige der heiligen" voor Gods troon. Maar wat ik beweer is, dat de gemeente van Christus in „dat bidden van Jezus voor haar' niet leeft. Er niet in leeft dat hij leeft om voor haar aldoor smeekinge te doen." En aldus den uitnemenden troost derft, die uit deze voorbiddinge Christi afvloeit. Och, men heeft van 's menschen bidden veel te hoogen dunk. Veel te hoogen dunk zoowel van de publieke als van de private gebeden. We zeggen dit niet, om van het bidden af te manen. Eer wenschten we van God, dat de Geest der genade en der gebeden zoo machtig en zoo krachtig en zoo bezielend onder ons wierd uitgegoten, dat de veelvuldigheid des gebeds verdubbeld wierd. Maar wat tegen de borst stuit, is die hinderlijke overschatting van de waarde van ons bidden. Alsof er door den beste onzer niet tienmaal dood gebeden werd tegenover ééns levend. Alsof de langheid der gebeden niet telkens in omgekeerde reden stond tot hun innigheid en diepte. Alsof er ooit in ons gebed een bidden kon zijn, indien de Heilige Geest niet de ziel in ons beweegt en opweckt en aanbiddingsgedachten instort. Kortom, alsof ons gemoedsleven niet een aldoor worstelen was met

den kwaden geest van gedachteloosheid, geesteloosheid, ondiepte, sleur en vorm, en alsof er niet reeds tot dank en tot juichen en tot roemen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 58

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's