De leer der Verbonden - pagina 17
7
IT.
HET VERBONDSBESTAAN IN ZIJN WAARACHTIGHEID. Hebt
gij
den verborgen raad Gods gehoord ? Job 15 8. :
Om
in
den
diepen,
zin
heiligen
van
het
Verbond des Heeren
eenigermate in te dringen, is vóór alle dingen noodig, dat men ophoude in de leer der Verbonden niets dan een manier van voorstelling, een wijze van inkleeding, een vorm van uitdrukking te zien, dóór menschen of ter wille van menschen gebezigd, alleen maar om ons een denkbeeld te geven van „Gods trouw." Met dat verkeerde inzicht moet ééns voorgoed gebroken worden. Zoolang men in dien strik gevangen blijft, zal noch kan men ooit den troost en de kracht dezer heilige waarheid indrinken. Een „verbond Gods", dat slechts een menschelijke voorstelling ware, kan geen wortel schieten in het leven der gemeente, omdat het dan feitelijk niets zou wezen dan een schijn. Het zou dan namelijk zóó wezen: dat God eigenlijk volstrekt geen verbond gesloten had; dat er in wezenlijkheid geen verbond tusschen God en ons bestond en dat we ons dus ook inderdaad op geen enkele verbondsbelofte beroepen konden maar dat hetgeen andere, gewone menschen op eenvoudiger manier „de onveranderlijke trouwe Gods" noemden, door ons, naar een voorstelling uit den patriarchalen tijd; dus in tale Kanaans; in den meer mystieken vorm van een „veralthans
;
;
bond" werd gegoten. In die overoude tijden, zegt men, toen er nog geen vaste staten gevormd waren en ieder op zijn zwaard leefde, en men omtrok met nomadenhorden, was verbondssluiting het eenig middel om de menschelijke maatschappij tegen onderlinge vernieling en uitmoording te bewaren. Het ééne stamhoofd sloot dan met het andere stamhoofd een zoutverbond, waarbij ze beloofden elkanders kudde niet te zullen rooven, elkanders weg niet te zullen versperren en in den oorlog met andere stammen elkaar onderling bij te staan. Een verbond zooals Abram het met Achimelech, zooals Laban het met Jakob sloot, en gelijk nu zelfs nog door Engelsche reisgezelschappen in Palestina gesloten wordt met de Arabische cheiks. En overmits nu, zoo redeneert men dan verder, overmits nu in die tijden en landen het verbondsrecht het éétiig geldend recht was; het hoogste recht cZ«V levensvorm, waar het edelst van het menschenhart zich bij spande zoo kon het wel niet anders, of men moest in die dagen den verbondsvorm ook op het heilige doen Gods overbrengen en zich voorstellen, dat men ook met den Heere zijnen God, als volk, in een zoutverbond ;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's