Dat de genade particulier is - pagina 182
172 Dit aanziende heeft God, die barmhartisr is, voor die wereld zijn Zoon overo:egeven, die in de zelfvernietiging ingaande, zich gesteld heeft onder den last des toorns Gods, gelijk die tegen de zonde van dit gansche raensehelijke geslacht ontstoken was. Teil zesde: Deze dood des Zoons van God vormde, om zijn Godheid, d. i. hier om de oneindige diepte van zijn lijden, een rantsoen van oneindige waardij zijnde alzoo volkomen en overgenoegzaam, om de zonde van meer dan heel een wereld te verzoenen. Ten zevende: Door dit rantsoen moest de menschheid er beter aan toe worden of verergeren van conditie. Nam ze het aan, dan was ze zalig. Verwierp ze het, dan verdiepte en verergerde ze haar verdoemeTeïi
vijfde:
gevallen
;
lijkheid.
Ten
achtste: Heel de menschheid echter, d. i. elk menschenkind wien de aanbieding van dit rantsoen gekomen is, heeft dit rantsoen, zonder onderscheid, verworften. Verkorenen en verlorenen staan hierin geheel op één lijn. Ten negende: Aan deze verwerpers van het rantsoen Christi heeft God, die barmhartig is, naar de innerlijke beweging zijner ontfermingon, toen nog deze alles te boven gaande genade bewezen, dat Hij aan een deel hunner den mond des geloofs heeft opengebroken en hun wil heeft omgezet. Dit is niet aan allen geschied. Veel min aan allen aangeboden. Alleen de verkorenen en geborenen uit den Geest deelen in dit gansch ongehoudene, gansch ontfermende mededoogen. Ten tiende : Of een bepaald individu aan deze bijzondere hoogste genadewerking deel heeft of niet, is op aarde alleen voor hemzelven uit te maken. Voor een ander nooit stellig. Ten elfde: Keeds hieruit volgt, dat het Evangelie van dit rantsoen Christi aan alle creatuur te prediken is; met een „voor u genoegza(i.n^\ niet slechts met opzicht tot de verkorenen of de gemeente, maar met betrekking tot elk menschenkind, in zooverre ook hij door dat rantsoen gered zou zijn, indien hij het slechts van zijn zondig hart verkrijgen kon, om het aan te nemen. En ten twaalfde: Zoo echter, dat de aanbieding van dit rantsoen met een „voor u bestrmd^^ alleen kan worden gepredikt of aan de „gemeente Christi" die heilig is, óf aan dengene die zich als bekeerde van hart aan u openbaart. Terwijl de prediking van het rantsoen van Christus ook aan degenen die verloren gaan, zich moet houden aan den stelligen regel, die door den heiligen apostel Paulus den een een reuke des levens ten in dezer voege is omschreven maar de prediker leven, den ander een reuke des doods ten doode" „een goede reuke voor God van Christus én in degenen die zalig worden, én in degenen die verloren gaan" (2 Cor. 2 15, 16). tot
:
;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's