Dat de genade particulier is - pagina 115
105 volken, elke uit een vrouw geboren persoon, een genoegzame en volaanbieding van genade kreeg, dan nog zou hiermee zonder het derde punt niets hoegenaamd voor He algemeenheid der genade gewonnen zijn. Daar dan toch immers de volkenmassa, die vóór den
doende
op
Christus het
aarde
leefde,
menschen"
„alle
bleef
toch
weer
buitengesloten, en
gansche
men dus
millioenen
zélf op van menschen
uitzondert.
Toetsen we de drie gestelde conditiën nu aan de godspraken, die middellijk in de psalmen en rechtstreeks in de profetieën der Heilige Schrift voor ons liggen, dan kunnen we intusschen, ook met den besten wil, tot geen ander resultaat komen, dan dat alleen het eerste
punt duidelijk geopenbaard
is,
maar dat voor de beide andere
zelfs
elke aanduiding te eenen male ontbreekt.
Ten
was aan Israëls zieners geopenbaard, dat het Israël beperkte heil eens aller volken deel zou worden. Ten bewijze strekke de bekende godspraak: „En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des Heeren zal vastgesteld zijn op den top der bergen en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien, en vele volken zullen heengaan en zeggen Komt, laat ons opgaan tot den berg des Heeren, tot het huis van den God Jacobs, opdat allerduidelijkste
vooralsnog
tot
:
Hij
ons
(Jesaia
leere
3
:
3).
van
zijne
wegen en
dat wij wandelen in zijne paden"
wat in Jeremia B 17 is opgeteekend: „Te Jeruzalem noemen des Heeren troon, en al de haar vergaderd worden, om des Heeren naams
Of ook
:
dien tijde zullen zij heidenen zullen tot wil, te Jeruzalem, en zij zullen niet meer wandelen in het goeddunken van hun boos hart." Deze heerlijke gedachte is schier in elk profetisch boek schering en inslag. De Philistijnen zelfs en de Tyriërs, de Egyptenaren en Aethiopiërs zullen het heil des Heeren zien (Zach. Jes. 44 Jes. 19 9 23). De belofte aan Abraham is door 5, 7, het Mozaïsme niet teloor gegaan. Én door heel de profetie klinkt een heerlijke echo op de godspraak die de Vader der geloovigen eens aan de rivieren ontving: „In uwen zade zullen alle volken des aardrijks gezegend worden." De vraag in welke betrekking deze volken daarbij tot Israël zouden treden; op welke wijze de vojken die wegstierven zonder tot Christus bekeerd te zijn in andere natiën weer opstonden en bogen voor het kruis; alsook, of met deze toebrenging der volkeren alleen op het langzame werk der Zending gedoeld wordt, dan wel op de machtige catastrophe die óók in het leven der volkeren, aan de volle ontplooiing van het Messiasrijk zal voorafgaan, deze vragen blijven hier buiten :
:
:
—
geding. Eschatologisch hebben die zeer hooge waarde en zal de kerk van Christus wel doen, met ook te dien opzichte haar inzichten in de openbaring der Schrift te verhelderen, door eenerzijds tegen een te sterk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's